beter
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord /'beːtər/Betekenis
- gezond na ziekte
Hoe spreek je beter uit?
/ˈbetər/
Beter bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| e | veel |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van goed
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
bijwoord
- van hogere kwaliteit dan voorheen
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beteren
- gebiedende wijs van beteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beteren
Vervoeging van beter
beterhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘vergrotende trap van goed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901