berekenen
werkwoord bəˈrekənə(n)Betekenis
- door rekenen iets bepalen
- hoeveel geld ergens voor gevraagd wordt
Hoe spreek je berekenen uit?
/bəˈrekənən/
Berekenen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| e | veel |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van berekenen
berekenenhele werkwoord — berekendeverleden tijd enkelvoud — berekendenverleden tijd meervoud — berekendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bereken | berekende |
| jij | berekent | berekende |
| hij, zij, het | berekent | berekende |
| wij | berekenen | berekenden |
| jullie | berekenen | berekenden |
| zij | berekenen | berekenden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bereken | gebiedende wijs |
| berekend | verleden tijd, deelwoord |
| berekend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| berekend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| berekend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| berekend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| berekend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| berekend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| berekend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| berekend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| berekend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| berekend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| berekende | verleden tijd |
| berekene | aanvoegende wijs |
| berekenend | onvoltooid, deelwoord |
| er is berekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was berekend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd berekend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt berekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal berekend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal berekend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou berekend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou berekend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had berekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had berekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had berekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden berekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden berekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden berekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt berekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben berekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te berekenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben berekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen berekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart berekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren berekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren berekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren berekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was berekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was berekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was berekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd berekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd berekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd berekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden berekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden berekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden berekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt berekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word berekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden berekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden berekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden berekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt berekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt berekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal berekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal berekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal berekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal berekend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal berekend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt berekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou berekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou berekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou berekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou berekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou berekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou berekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden berekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden berekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden berekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden berekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden berekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden berekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt berekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt berekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen berekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen berekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen berekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen berekend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen berekend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen berekend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen berekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult berekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult berekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult berekend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult berekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van rekenen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van berekenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bereken | gebiedende wijs | berekenen |
| berekenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | berekenen |
| berekene | aanvoegende wijs | berekenen |
| berekent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | berekenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van berekenen zijn vastgelegd.