Naar de inhoud

verrekenen

Tegen elkaar wegstrepen van vorderingen die partijen over en weer op elkaar hebben

verrekenen

werkwoord vəˈrekənə(n)

Betekenis

  1. Tegen elkaar wegstrepen van vorderingen die partijen over en weer op elkaar hebben
  2. zich ~: zich vergissen bij het rekenen

Hoe spreek je verrekenen uit?

/vəˈrekənən/

Verrekenen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vəˈrekənən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
e veel
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verrekenen

verrekenenhele werkwoord — verrekendeverleden tijd enkelvoud — verrekendenverleden tijd meervoud — verrekendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verreken verrekende
jij verrekent verrekende
hij, zij, het verrekent verrekende
wij verrekenen verrekenden
jullie verrekenen verrekenden
zij verrekenen verrekenden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verrekend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verrekend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verrekend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verrekend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verrekend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verrekend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verrekend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verrekend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verrekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verrekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verrekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verrekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verrekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verrekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verrekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verrekend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verrekend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verrekenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verrekenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verreken gebiedende wijs
verreken me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verreken u/je , verrekent je gebiedende wijs
verrekend verleden tijd, deelwoord
verrekend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verrekend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verrekend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verrekend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verrekend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verrekend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verrekend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verrekend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verrekend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verrekend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verrekende verleden tijd
verrekende je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verrekende me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verrekende u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verrekende u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verrekende zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verrekende zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verrekende zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verrekenden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verrekenden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verrekenden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verrekene aanvoegende wijs
verrekene zich aanvoegende wijs
verrekenen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verrekenen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verrekenen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verrekenend onvoltooid, deelwoord
verrekent je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verrekent u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verrekent u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verrekent zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verrekent zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verrekent zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart verrekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verrekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verrekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verrekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verrekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verrekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verrekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verrekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verrekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verrekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verrekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verrekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verrekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verrekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verrekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verrekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verrekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verrekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verrekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verrekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verrekenen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verrekend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verrekend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verrekend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verrekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verrekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verrekend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verrekend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verrekenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verrekenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verrekenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verrekenen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verrekenen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verrekend hebben verleden tijd
zich verrekenend onvoltooid, deelwoord
zijn verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verrekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verrekend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verrekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verrekend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verrekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verrekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verrekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verrekend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verrekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verrekend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verrekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verrekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verrekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verrekend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verrekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verrekend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verrekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verrekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verrekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verrekend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verrekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verrekend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verrekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verrekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verrekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verrekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verrekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verrekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verrekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verrekenen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verrekenen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verrekend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verrekend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van rekenen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verrekenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verreken gebiedende wijs verrekenen
verrekend voltooid deelwoord verrekenen
verrekende verleden tijd verrekenen
verrekenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verrekenen
verrekene aanvoegende wijs verrekenen
verrekenend onvoltooid deelwoord verrekenen
verrekenende woordvorm verrekenen
verrekent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verrekenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verrekenen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verrekenen

Hoe spreek je verrekenen uit?
De uitspraak van verrekenen is: /vəˈrekənə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verrekenen?
Verrekenen is een werkwoord. Het woord betekent: Tegen elkaar wegstrepen van vorderingen die partijen over en weer op elkaar hebben. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verrekenen?
Je vervoegt verrekenen als volgt: de tegenwoordige tijd is verreken, de verleden tijd is verrekende en het voltooid deelwoord is verrekend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verrekenen?

Verrekenen rijmt op 6 woorden op -ekenen; berekenen, rekenen en betekenen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verrekenen, uitspraak vəˈrekənən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
berekenen 4
rekenen 3
betekenen 4
tekenen 3
meeondertekenen 5
vertekenen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verrekenen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verrekenen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verrekenen in het kort

verrekenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verrekenen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verrekenen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verrekenen: Tegen elkaar wegstrepen van vorderingen die partijen over en weer op elkaar hebben
Deel verrekenen — standaardnederlands.nl