Naar de inhoud

calculeren

iemand berekent iets

calculeren

werkwoord

Betekenis

  1. iemand berekent iets

Vervoeging van calculeren

calculerenhele werkwoord — calculeerdeverleden tijd enkelvoud — calculeerdenverleden tijd meervoud — gecalculeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik calculeer calculeerde
jij calculeert calculeerde
hij, zij, het calculeert calculeerde
wij calculeren calculeerden
jullie calculeren calculeerden
zij calculeren calculeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
calculeer gebiedende wijs
calculeerde verleden tijd
calculere aanvoegende wijs
calculerend onvoltooid, deelwoord
er is gecalculeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecalculeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecalculeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecalculeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecalculeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecalculeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecalculeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecalculeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecalculeerd verleden tijd, deelwoord
gecalculeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecalculeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecalculeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecalculeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecalculeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecalculeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecalculeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecalculeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecalculeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecalculeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecalculeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecalculeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecalculeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecalculeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecalculeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecalculeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecalculeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecalculeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te calculeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecalculeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen calculeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecalculeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecalculeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecalculeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecalculeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecalculeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecalculeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecalculeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecalculeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal calculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal calculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal calculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecalculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecalculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecalculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecalculeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecalculeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecalculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou calculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou calculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou calculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecalculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecalculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecalculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecalculeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecalculeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecalculeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden calculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden calculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden calculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecalculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecalculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecalculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecalculeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecalculeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecalculeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt calculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecalculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecalculeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen calculeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen calculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen calculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen calculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecalculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecalculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecalculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecalculeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecalculeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecalculeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult calculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecalculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecalculeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecalculeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘berekenen’ voor het eerst aangetroffen in 1611

Woordfamilie van calculeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
calculeer gebiedende wijs calculeren
calculeerde verleden tijd calculeren
calculeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon calculeren
calculeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon calculeren
calculere aanvoegende wijs calculeren
calculerend onvoltooid deelwoord calculeren
calculerende woordvorm calculeren
gecalculeerd voltooid deelwoord calculeren
gecalculeerde woordvorm calculeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van calculeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over calculeren

Wat is de betekenis van calculeren?
Calculeren is een werkwoord. De betekenis is: iemand berekent iets.
Hoe vervoeg ik calculeren?
Zo vervoeg je calculeren zo: de tegenwoordige tijd is calculeer, de verleden tijd is calculeerde en het voltooid deelwoord is gecalculeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord calculeren is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. A 1
  3. L 3
  4. C 5
  5. U 4
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

calculeren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. A 1
  3. L 3
  4. C 5
  5. U 2
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

calculeren in het kort

calculeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van calculeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort calculeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

calculeren: iemand berekent iets
Deel calculeren — standaardnederlands.nl