Naar de inhoud

betekenen

ergens voor staan, als inhoud hebben, veroorzaken

betekenen

werkwoord bəˈtekənə(n)

Betekenis

  1. ergens voor staan, als inhoud hebben, veroorzaken
  2. ergens toe doen, een waarde hebben

Hoe spreek je betekenen uit?

/bəˈtekənən/

Betekenen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈtekənən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
t tak
e veel
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ergens voor staan, als inhoud hebben transitive
  2. leiden tot, tot gevolg hebben, veroorzaken transitive

Vervoeging van betekenen

betekenenhele werkwoord — betekendeverleden tijd enkelvoud — betekendenverleden tijd meervoud — betekendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beteken betekende
jij betekent betekende
hij, zij, het betekent betekende
wij betekenen betekenden
jullie betekenen betekenden
zij betekenen betekenden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben betekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent betekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
beteken gebiedende wijs
betekend verleden tijd, deelwoord
betekend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betekend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betekend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betekend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
betekend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betekend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betekend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betekend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betekend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
betekend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betekende verleden tijd
betekene aanvoegende wijs
betekenend onvoltooid, deelwoord
er is betekend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was betekend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd betekend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt betekend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal betekend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal betekend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou betekend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou betekend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had betekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had betekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had betekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden betekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden betekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden betekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt betekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb betekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betekend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben betekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben betekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt betekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is betekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is betekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te betekenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben betekend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen betekenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart betekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren betekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was betekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was betekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was betekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd betekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd betekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd betekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden betekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden betekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden betekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt betekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word betekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden betekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden betekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden betekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt betekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt betekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal betekend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betekend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal betekend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal betekend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betekend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betekenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal betekenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal betekenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn betekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn betekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn betekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt betekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou betekend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betekend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou betekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betekend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betekend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou betekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou betekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden betekend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betekend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betekend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betekend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt betekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betekenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen betekend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betekend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betekend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betekend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betekend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betekend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betekenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen betekenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betekenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betekenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult betekend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betekend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betekenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van tekenen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van betekenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beteken gebiedende wijs betekenen
betekend voltooid deelwoord betekenen
betekende verleden tijd betekenen
betekenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon betekenen
betekene aanvoegende wijs betekenen
betekenend onvoltooid deelwoord betekenen
betekenende woordvorm betekenen
betekent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon betekenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betekenen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over betekenen

Hoe spreek je betekenen uit?
De uitspraak van betekenen is: /bəˈtekənə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent betekenen?
Betekenen is een werkwoord. Het woord betekent: ergens voor staan, als inhoud hebben, veroorzaken. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je betekenen?
Je vervoegt betekenen als volgt: de tegenwoordige tijd is beteken, de verleden tijd is betekende en het voltooid deelwoord is betekend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op betekenen?

In dit woordenboek rijmen 6 woorden op -ekenen op betekenen, zoals berekenen, rekenen en tekenen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op betekenen, uitspraak bəˈtekənən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
berekenen 4
rekenen 3
tekenen 3
meeondertekenen 5
verrekenen 4
vertekenen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord betekenen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

betekenen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

betekenen in het kort

betekenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van betekenen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort betekenen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

betekenen: ergens voor staan, als inhoud hebben, veroorzaken
Deel betekenen — standaardnederlands.nl