aanhaling
zelfstandig naamwoord ˈanhalɪŋBetekenis
- een letterlijke passage die door iemand anders aangehaald wordt uit een bron
- het strakker trekken van een schroefbout, touw, teugel, riem, veter, voorwaarden etc.
- het liefkozend, zachtjes naar zich toe trekken van een mens of dier
Hoe spreek je aanhaling uit?
/ˈanhalɪŋ/
Aanhaling bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| h | hoed |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanhalingen | meervoud |
| aanhalinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aanhalinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van aanhalen met het achtervoegsel -ing.
Woordfamilie van aanhaling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanhalingen | meervoud | aanhaling |
| aanhalinkje | verkleinwoord | aanhaling |
| aanhalinkjes | verkleinwoord meervoud | aanhaling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanhaling zijn vastgelegd.