leidsel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- lange leren riem (soms ook gemaakt van touw of stevig lint) die dient als hulpmiddel voor de menner van een paard voor een wagen of kar waarmee hij de aanspanning bestuurt en het tempo onder controle houdt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leidsels | meervoud |
| leidseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leidseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘teugel’ voor het eerst aangetroffen in 1702
Woordfamilie van leidsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leidsels | meervoud | leidsel |
| leidseltje | verkleinwoord | leidsel |
| leidseltjes | verkleinwoord meervoud | leidsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leidsel zijn vastgelegd.