citeren
werkwoordBetekenis
- letterlijk aanhalen wat iemand anders over een onderwerp gezegd of geschreven heeft
- dagvaarden, oproepen
werkwoord
- letterlijk overnemen wat iemand anders over een onderwerp gezegd of geschreven heeft transitive
Vervoeging van citeren
citerenhele werkwoord — citeerdeverleden tijd enkelvoud — citeerdenverleden tijd meervoud — geciteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | citeer | citeerde |
| jij | citeert | citeerde |
| hij, zij, het | citeert | citeerde |
| wij | citeren | citeerden |
| jullie | citeren | citeerden |
| zij | citeren | citeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| citeer | gebiedende wijs |
| citeerde | verleden tijd |
| citere | aanvoegende wijs |
| citerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geciteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geciteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geciteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geciteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geciteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geciteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geciteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geciteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geciteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geciteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geciteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geciteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geciteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geciteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geciteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geciteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geciteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geciteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geciteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geciteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geciteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geciteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geciteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geciteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te citeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geciteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen citeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geciteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geciteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geciteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geciteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal citeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal citeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal citeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou citeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou citeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou citeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden citeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden citeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden citeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt citeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen citeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen citeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen citeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen citeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult citeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘eigen of andermans woorden ontlenen’ voor het eerst aangetroffen in 1897.
Woordfamilie van citeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| citeer | gebiedende wijs | citeren |
| citeerde | verleden tijd | citeren |
| citeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | citeren |
| citeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | citeren |
| citere | aanvoegende wijs | citeren |
| citerend | onvoltooid deelwoord | citeren |
| citerende | woordvorm | citeren |
| geciteerd | voltooid deelwoord | citeren |
| geciteerde | woordvorm | citeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van citeren zijn vastgelegd.