Naar de inhoud

citeren

letterlijk aanhalen wat iemand anders over een onderwerp gezegd of geschreven heeft

citeren

werkwoord

Betekenis

  1. letterlijk aanhalen wat iemand anders over een onderwerp gezegd of geschreven heeft
  2. dagvaarden, oproepen

werkwoord

  1. letterlijk overnemen wat iemand anders over een onderwerp gezegd of geschreven heeft transitive

Vervoeging van citeren

citerenhele werkwoord — citeerdeverleden tijd enkelvoud — citeerdenverleden tijd meervoud — geciteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik citeer citeerde
jij citeert citeerde
hij, zij, het citeert citeerde
wij citeren citeerden
jullie citeren citeerden
zij citeren citeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
citeer gebiedende wijs
citeerde verleden tijd
citere aanvoegende wijs
citerend onvoltooid, deelwoord
er is geciteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geciteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geciteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geciteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geciteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geciteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geciteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geciteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geciteerd verleden tijd, deelwoord
geciteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geciteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geciteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geciteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geciteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geciteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geciteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geciteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geciteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geciteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geciteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geciteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geciteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geciteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geciteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te citeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geciteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen citeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geciteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geciteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geciteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geciteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal citeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal citeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal citeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou citeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou citeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou citeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden citeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden citeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden citeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt citeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen citeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen citeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen citeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen citeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult citeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘eigen of andermans woorden ontlenen’ voor het eerst aangetroffen in 1897.

Woordfamilie van citeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
citeer gebiedende wijs citeren
citeerde verleden tijd citeren
citeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon citeren
citeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon citeren
citere aanvoegende wijs citeren
citerend onvoltooid deelwoord citeren
citerende woordvorm citeren
geciteerd voltooid deelwoord citeren
geciteerde woordvorm citeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van citeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over citeren

Wat is de betekenis van citeren?
Citeren is een werkwoord. De betekenis is: letterlijk aanhalen wat iemand anders over een onderwerp gezegd of geschreven heeft. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik citeren?
Zo vervoeg je citeren zo: de tegenwoordige tijd is citeer, de verleden tijd is citeerde en het voltooid deelwoord is geciteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord citeren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. I 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

citeren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. I 2
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

citeren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

citeren in het kort

citeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van citeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort citeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

citeren: letterlijk aanhalen wat iemand anders over een onderwerp gezegd of geschreven heeft
Deel citeren — standaardnederlands.nl