Naar de inhoud

aanhalen

middels vleierij of vriendelijkheid nader tot zich doen komen

aanhalen

werkwoord ˈanhalə(n)

Betekenis

  1. middels vleierij of vriendelijkheid nader tot zich doen komen
  2. eigen of andermans woorden citeren
  3. aanspannen, aantrekken, strakker maken
  4. hechter maken

Hoe spreek je aanhalen uit?

/ˈanhalən/

Aanhalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanhalən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
h hoed
l land
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. letterlijk overnemen wat iemand anders over een onderwerp gezegd of geschreven heeft transitive

Vervoeging van aanhalen

aanhalenhele werkwoord — haalde aanverleden tijd enkelvoud — haalden aanverleden tijd meervoud — aangehaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik haal aan haalde aan
jij haalt aan haalde aan
hij, zij, het haalt aan haalde aan
wij halen aan haalden aan
jullie halen aan haalden aan
zij halen aan haalden aan
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te halen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen halen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal halen bijzin, toekomende tijd
aan zou halen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden halen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt halen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen halen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen halen bijzin, toekomende tijd
aan zult halen bijzin, toekomende tijd
aangehaald verleden tijd, deelwoord
aangehaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangehaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanhaal bijzin, tegenwoordige tijd
aanhaalde bijzin, verleden tijd
aanhaalden bijzin, verleden tijd
aanhaalt bijzin, tegenwoordige tijd
aanhalend onvoltooid, deelwoord
er is aangehaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangehaald impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangehaald impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangehaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangehaald worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangehaald zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangehaald worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangehaald zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
haal aan gebiedende wijs
haalde aan verleden tijd
had aangehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangehaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangehaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanhalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal aangehaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangehaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanhalen bijzin, toekomende tijd
zou aangehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanhalen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanhalen aan zou(dt) halen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanhalen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanhalen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangehaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangehaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanhalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanhalen bijzin, toekomende tijd
zult aangehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanhalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aanhalen bijzin, toekomende tijd
zult/zal aanhalen aan zult/zal halen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan en halen

Woordfamilie van aanhalen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanhaal subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanhalen
aanhaalde subordinate-clause, verleden tijd aanhalen
aanhaalden subordinate-clause, verleden tijd aanhalen
aanhaalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanhalen
aanhale with-subordinate-clause aanhalen
aanhalend onvoltooid deelwoord aanhalen
aanhalende woordvorm aanhalen
haal aan gebiedende wijs aanhalen
haalde aan verleden tijd aanhalen
haalden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanhalen
haalt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanhalen
hale aan woordvorm aanhalen
halen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanhalen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanhalen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanhalen

Hoe spreek ik aanhalen uit?
Zo spreek je aanhalen uit: /ˈanhalə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanhalen?
Aanhalen is een werkwoord. De betekenis is: middels vleierij of vriendelijkheid nader tot zich doen komen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanhalen?
Zo vervoeg je aanhalen zo: het voltooid deelwoord is aangehaald. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanhalen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. H 4
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanhalen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. H 4
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanhalen in het kort

aanhalen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanhalen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanhalen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanhalen: middels vleierij of vriendelijkheid nader tot zich doen komen
Deel aanhalen — standaardnederlands.nl