aanbesteding
zelfstandig naamwoord ˈambəˌstediŋBetekenis
- een kans voor ondernemers om uitgekozen te worden voor het verrichten van een opdracht of levering
- een bedrag dat aan een nog te bereiken doel wordt besteed
Hoe spreek je aanbesteding uit?
/ˈambəˌstediŋ/
Aanbesteding bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| d | dak |
| i | riet |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- werk dat wordt aangeboden en waar bedrijven zich voor kunnen melden met de voorwaarden waaronder ze dit werk willen verrichten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanbestedingen | meervoud |
| aanbestedinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aanbestedinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van aanbesteden met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van aanbesteding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanbestedingen | meervoud | aanbesteding |
| aanbestedinkje | verkleinwoord | aanbesteding |
| aanbestedinkjes | verkleinwoord meervoud | aanbesteding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanbesteding zijn vastgelegd.