Spreektaal, schrijftaal en standaardtaal: het verschil
Spreektaal, schrijftaal en standaardtaal worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze betekenen niet hetzelfde. De ene term gaat over hoe je praat, de andere over hoe je schrijft en de derde over de norm voor het hele taalgebied. Op deze pagina lees je de verschillen, met voorbeelden en tips voor de juiste keuze.
Door Maarten Soetens
Wat zijn spreektaal, schrijftaal en standaardtaal?
De drie begrippen kijken elk vanuit een andere hoek naar taal. Daarom sluiten ze elkaar niet uit.
- Spreektaal is de taal van gesprekken. Ze is informeel en spontaan, met afgekorte woorden, tussenwerpsels en soms onvolledige zinnen, zoals Ik heb 'm gezien. Ook streektaal en dialect horen vooral bij de spreektaal.
- Schrijftaal is de taal van geschreven teksten. Je hebt tijd om na te denken, dus zinnen zijn vaker volledig en verzorgd. Schrijftaal kan ook formeel zijn en woorden bevatten die je zelden zegt, zoals derhalve of hetgeen.
- Standaardtaal is de algemeen aanvaarde vorm van het Nederlands, die in het hele taalgebied begrepen wordt. Je hoort haar op het journaal en in het onderwijs, en je leest haar in kranten en officiële teksten.
Het verschil tussen de eerste twee is dus de vorm waarin je communiceert, gesproken of geschreven. Standaardtaal is geen derde vorm daarnaast, maar een norm. Je kunt haar zowel spreken als schrijven. Iemand die in een gesprek verzorgd praat, gebruikt gesproken standaardtaal.
Standaardnederlands is in Nederland en Vlaanderen niet precies gelijk, want er zijn kleine verschillen in woordkeuze en uitspraak. Beide varianten gelden wel als standaardtaal. Informele spreektaal wijkt vaker af van de standaardtaal dan geschreven tekst. Dialecten en streektalen zijn geen standaardtaal, maar het zijn volwaardige taalvormen die in de eigen regio gewoon gebruikt worden.
Voorbeelden van dezelfde boodschap in drie vormen
Dezelfde boodschap kun je op verschillende manieren onder woorden brengen. Vergelijk de volgende zinnen. Bij elke zin zie je wat er verandert en waarom.
- Ik heb 'm gisteren nog gezien, hoor. Dit is spreektaal, met een afgekort voornaamwoord en het tussenwerpsel „hoor”.
- Ik heb hem gisteren nog gezien. Dit is standaardtaal, omdat de zin volledig en neutraal is.
- Gaan we straks ff koffie doen? Dit is spreektaal, omdat „ff” een afkorting van „even” is en „koffie doen” informeel klinkt.
- Zullen we straks koffie drinken? De zin is standaardtaal, met gewone woorden en een volledige zin.
- Derhalve verzoek ik u de aanvraag in te dienen. Dit is formele schrijftaal, omdat „derhalve” in gesprekken nauwelijks voorkomt.
- Daarom verzoek ik u de aanvraag in te dienen. De zin is standaardtaal, zonder het stijve woord „derhalve”.
- Jan zijn fiets staat buiten. Dit is spreektaal. In standaardtaal schrijf je De fiets van Jan staat buiten.
Je ziet dat standaardtaal in het midden ligt. Ze is netter dan de spreektaal, maar minder stijf dan de formele schrijftaal. Daarom is ze voor de meeste teksten de veiligste keuze. In alle vormen blijft de inhoud hetzelfde. Alleen de toon en de verzorgdheid veranderen, en dat bepaalt of de zin bij de lezer past.
Welke taalvorm kies je wanneer?
Welke vorm past, hangt af van de situatie, de lezer en het doel. Er is geen vorm die altijd het beste is.
- Spreektaal past bij gesprekken met vrienden en familie, en in veel chats. Ze past niet in een sollicitatiebrief of een rapport.
- Standaardtaal is de beste keuze voor school, werk, media en websites. Iedereen begrijpt haar, en ze komt beleefd en toch helder over.
- Chat en sociale media: hier mag de toon informeel zijn, maar let op wie je bericht kan lezen. Schrijf je namens een bedrijf, dan is standaardtaal meestal beter.
- Formele schrijftaal past in sommige juridische en officiële stukken, maar je hoeft haar niet vaker te gebruiken dan nodig. Een tekst met veel stijve woorden leest zwaar.
Houd binnen één tekst dezelfde taalvorm aan. Wisselt een tekst tussen spreektaal en formele woorden, dan ontstaat een stijlbreuk. Meer daarover lees je op de pagina Wat is een stijlfout en welke soorten zijn er?
Een bruikbare vuistregel is om te schrijven zoals je praat, maar dan netter. Gebruik gewone woorden en volledige zinnen, en laat afkortingen en streektaal weg tenzij ze bij de situatie passen. Zo blijft je tekst natuurlijk en toch correct. Het gaat er niet om wat het mooist klinkt, maar om wat de lezer verwacht.
Veelgestelde vragen
Is spreektaal fout?
Nee, spreektaal is niet fout. Ze is gewoon een andere taalvorm, die past bij gesprekken en informele situaties. Het wordt pas een probleem als je spreektaal gebruikt in een situatie waarin de standaardtaal wordt verwacht, zoals in een officiële brief. Daarom is de vraag niet of een woord goed of fout is, maar of het past bij de lezer en het doel. Een zin als Jan zijn fiets staat buiten klinkt in een gesprek gewoon, maar hoort niet in een formele tekst.
Wat is het verschil tussen standaardtaal en ABN?
ABN staat voor Algemeen Beschaafd Nederlands en is een oudere naam voor wat we nu standaardnederlands noemen. De term „beschaafd” riep het verkeerde idee op dat andere vormen van het Nederlands onbeschaafd zouden zijn. Daarom wordt tegenwoordig liever gesproken over standaardtaal of standaardnederlands. De bedoeling is hetzelfde: de vorm van het Nederlands die in het hele taalgebied als norm geldt. Je ziet de oude term nog soms in oudere teksten.
Mag je spreektaal gebruiken in een chat of op sociale media?
Ja, in chats en op sociale media mag je gerust spreektaal gebruiken, zeker tegen bekenden. Mensen verwachten daar een informele toon. Let wel op wie je bericht kan lezen. Schrijf je namens een bedrijf of aan iemand die je niet kent, kies dan liever standaardtaal. Een informele toon is prima, zolang je tekst wel duidelijk en netjes blijft.