Actieve en passieve zinnen: verschil en voorbeelden
Een zin kan actief of passief zijn. In een actieve zin voert het onderwerp de handeling uit, in een passieve zin ondergaat het onderwerp die handeling. Op deze pagina lees je hoe je beide vormen herkent, hoe je een passieve zin maakt en wanneer je in je tekst beter voor de ene of de andere vorm kiest.
Door Maarten Soetens
Zo herken je een actieve en een passieve zin
In een actieve zin is het onderwerp degene die iets doet. In De hond bijt de postbode is „de hond” het onderwerp en die voert de handeling uit. In een passieve zin gebeurt de handeling met het onderwerp. In De postbode wordt gebeten door de hond is „de postbode” het onderwerp, maar die doet zelf niets.
Een passieve zin herken je aan deze kenmerken:
- Er staat een vorm van worden (in de voltooide tijd een vorm van zijn) samen met een voltooid deelwoord, bijvoorbeeld wordt gebeten of is gebeten.
- Degene die de handeling uitvoert, staat in een zinsdeel met door, zoals door de hond.
- Die uitvoerder mag ook ontbreken: De brief wordt vandaag verstuurd.
- De zin kun je vaak omdraaien, waarbij de uitvoerder weer het onderwerp wordt.
Bij een werkwoord met een lijdend voorwerp wordt dat voorwerp in de passieve zin het onderwerp. Uit Tom leest het boek wordt Het boek wordt gelezen door Tom. Werkwoorden zonder lijdend voorwerp kunnen alleen een onpersoonlijke passieve zin vormen, zoals Er wordt gedanst.
Let op: niet elke zin met worden is passief. In Hij wordt leraar is worden een koppelwerkwoord en staat er geen voltooid deelwoord. Zo'n zin is dus niet passief. Ook Het water wordt warm is geen passieve zin, want ook daar staat geen voltooid deelwoord. Let dus altijd op het voltooid deelwoord.
Voorbeelden van actieve en passieve zinnen
Met één en dezelfde gebeurtenis zie je goed hoe de vormen van elkaar verschillen.
- De buurvrouw schildert het hek. Dit is een actieve zin, want het onderwerp „de buurvrouw” voert de handeling uit.
- Het hek wordt geschilderd door de buurvrouw. Dit is dezelfde inhoud in een passieve zin, waarbij het lijdend voorwerp onderwerp is geworden en de uitvoerder achter „door” staat.
- Het hek wordt geschilderd. De uitvoerder ontbreekt, wat handig is als hij onbekend of onbelangrijk is.
- Het hek is geschilderd. In de voltooide tijd staat „is” in plaats van „wordt”, maar de zin blijft passief.
- De brief werd gisteren bezorgd. In de verleden tijd gebruik je „werd” met een voltooid deelwoord.
- Er wordt hard gewerkt. Dit is een onpersoonlijke passieve zin, want „werken” heeft hier geen lijdend voorwerp.
- Veel mensen lezen deze krant. Dit is de actieve versie van Deze krant wordt door veel mensen gelezen, met de uitvoerder weer als onderwerp.
- Hij wordt stil. Dit is geen passieve zin, omdat „worden” hier een koppelwerkwoord is bij een bijvoeglijk naamwoord.
Controleer bij twijfel of er een voltooid deelwoord staat en of je de zin kunt omdraaien met „door”. Lukt dat niet, dan is de zin waarschijnlijk niet passief. Oefen door zelf een actieve zin te schrijven en er een passieve zin van te maken, en andersom.
Wanneer kies je actief en wanneer passief?
Een passieve zin is niet fout. Het is een stijlkeuze, en die hangt af van wat je wilt benadrukken. Actieve zinnen zijn meestal korter en directer, en de lezer ziet meteen wie wat doet. Vergelijk Wij nemen uw aanvraag in behandeling met Uw aanvraag wordt door ons in behandeling genomen. De eerste zin leest sneller en klinkt persoonlijker.
Toch heeft de passieve zin zijn plaats. Kies hem in deze gevallen:
- De uitvoerder is onbekend of onbelangrijk: Mijn fiets is gestolen.
- Het gaat om wat er gebeurt en niet om wie het doet, zoals in een handleiding of een proces: Het deeg wordt een uur gekneed.
- Je wilt het ondergaande onderwerp laten opvallen: De winnaar werd door het publiek toegejuicht.
- De tekst is wetenschappelijk of technisch, waar het resultaat belangrijker is dan de onderzoeker.
- Je wilt de uitvoerder bewust niet noemen, bijvoorbeeld in een formele mededeling.
Pas op voor teksten waarin bijna elke zin passief is. Zulke teksten voelen stroef en ambtelijk aan, en de lezer moet raden wie iets moet doen. Een nuttige controle is de vraag: wie doet dit? Als het antwoord belangrijk is voor de lezer, noem die persoon dan in een actieve zin. Zo blijft je tekst duidelijk en prettig om te lezen.
Veelgestelde vragen
Is een passieve zin fout?
Nee, een passieve zin is grammaticaal volkomen correct. Het gaat om een keuze in stijl en niet om een regel. Passieve zinnen zijn handig als de uitvoerder onbekend is of er niet toe doet. Veel passieve zinnen achter elkaar maken een tekst wel stroef en onduidelijk. Gebruik de passieve vorm dus met een reden en kies anders voor een actieve zin.
Hoe maak je van een actieve zin een passieve zin?
Je begint met het lijdend voorwerp van de actieve zin en maakt dat het onderwerp van de nieuwe zin. Daarna zet je een vorm van „worden” of „zijn” neer en voeg je het voltooid deelwoord van het werkwoord toe. Het oorspronkelijke onderwerp mag je weglaten of in een zinsdeel met „door” zetten. Zo wordt De leraar leest het verhaal voor de zin Het verhaal wordt voorgelezen door de leraar. Let op de tijd van het werkwoord, want die blijft hetzelfde.
Wat is een onpersoonlijke passieve zin?
Een onpersoonlijke passieve zin heeft geen echt onderwerp. Hij ontstaat bij werkwoorden zonder lijdend voorwerp, zoals „dansen” of „werken”. Meestal staat er dan het woordje „er” in de zin, zoals in Er wordt gedanst. Ook een ander zinsdeel kan vooraan staan, bijvoorbeeld Hier wordt niet gerookt. Het gaat in zo'n zin om de handeling zelf en niet om wie haar uitvoert.