Lange en onduidelijke zinnen voorkomen: stappenplan
Lange en onduidelijke zinnen kosten de lezer moeite en maken een tekst vermoeiend. Op deze pagina lees je waarom zinnen te lang worden, hoe je dat herkent en hoe je ze herschrijft. Met voorbeelden van zinnen vóór en ná het herschrijven zie je wat er verandert. Zo schrijf je zinnen die kort genoeg zijn om te volgen, maar nog altijd alles zeggen.
Door Maarten Soetens
Waarom zinnen lang en onduidelijk worden
Een lange zin is niet automatisch een slechte zin. Onduidelijk wordt hij pas als de lezer de draad kwijtraakt. Dat gebeurt meestal door een paar vaste oorzaken.
- Te veel bijzinnen. Elke bijzin die in een andere bijzin hangt, vraagt de lezer om meer informatie tegelijk te onthouden.
- Lange tussenzinnen. Staat er een tussenzin tussen het onderwerp en de persoonsvorm, dan wacht de lezer lang op de kern van de zin.
- Stapels zelfstandige naamwoorden. Woorden als de implementatie van de aanpassing van het beleid zijn zwaar. Werkwoorden maken zo'n zin lichter: het beleid aanpassen.
- Veel voorzetselgroepen achter elkaar. In de afdeling van de gemeente van de provincie van het land is niet meer te volgen wat bij wat hoort.
- Meer dan één boodschap. Als je twee ideeën in één zin propt, weet de lezer niet welk idee het belangrijkste is.
Als vuistregel geldt dat zinnen gemiddeld ongeveer vijftien tot twintig woorden tellen. Dat is geen wet. Een zin van dertig woorden kan prima lopen als de opbouw simpel is, terwijl een zin van twaalf woorden onduidelijk kan zijn door een slecht gekozen verwijzing.
Een goede toets is het hardop voorlezen. Moet je halverwege adem halen, of weet je aan het einde niet meer hoe de zin begon? Dan is de zin voor de lezer waarschijnlijk te zwaar. Dat geldt niet alleen voor de zinslengte, maar ook voor de opbouw.
Zware zinnen en hun herschreven versie
Hieronder staat steeds een zin die te zwaar is, met een betere versie ernaast.
- De medewerker die de klacht, die vorige week binnenkwam, behandelde, is ziek. Beter: De medewerker die de klacht behandelde, is ziek. De klacht kwam vorige week binnen. De tussenzin is uit het midden gehaald.
- Na de invoering van de aanpassing van het beleid wordt beter: Nadat we het beleid hebben aangepast. Werkwoorden vervangen hier de zware zelfstandige naamwoorden.
- Wij verzoeken u vriendelijk om de formulieren in te vullen en deze voor vrijdag op te sturen. Beter: Vul de formulieren in en stuur ze voor vrijdag op. De zin is korter en directer.
- Het bedrijf groeide snel, waardoor het meer personeel nodig had, wat weer zorgde voor een groter kantoor. Beter in twee zinnen: Het bedrijf groeide snel en had meer personeel nodig. Daarom kwam er een groter kantoor.
- Omdat de zaal te klein was, de sprekers te laat waren en het geluid uitviel, werd de bijeenkomst afgelast. Hier werkt de lange zin wel, omdat de drie redenen netjes op een rij staan en de kern aan het einde komt.
Het laatste voorbeeld laat zien dat lengte niet het probleem is. Het gaat om overzicht: weet de lezer bij elk deel van de zin waar hij is?
Zo maak je een lange zin korter en duidelijker
Volg bij een zin die niet loopt deze stappen.
- Zoek de kern. Wie doet wat? Schrijf die kern eerst op als korte zin.
- Splits bij een nieuw idee. Zie je een woord als waardoor, wat of terwijl dat een tweede idee inleidt, maak er dan een nieuwe zin van.
- Schrap wat de lezer niet nodig heeft. Een bijzaak die niets toevoegt, mag weg.
- Kies werkwoorden in plaats van naamwoorden. Schrijf wij besluiten in plaats van wij nemen een besluit.
- Leg het verband uit met een signaalwoord. Na het splitsen helpen woorden als daarom, maar en bovendien om de samenhang te houden.
Let op dat je niet doorslaat. Een tekst met alleen maar korte zinnen leest hakkelig en lijkt kinderlijk. Houd dus ook zinnen aan elkaar waar ze bij elkaar horen. Een goede tekst wisselt kortere en langere zinnen af, zodat de lezer een ritme voelt.
Controleer na het herschrijven altijd of er geen informatie is verdwenen en of de verwijzingen nog kloppen. Staat er na het splitsen een dit of het aan het begin van een zin, vraag dan na of duidelijk is waar dat woord naar verwijst. Lees daarna de hele tekst nog één keer door, zodat je zeker weet dat de lezer niets mist.
Veelgestelde vragen
Hoe lang mag een zin zijn?
Er is geen vaste grens, maar een gemiddelde van vijftien tot twintig woorden per zin geldt vaak als handig. Zinnen mogen best af en toe langer zijn, zolang de opbouw eenvoudig blijft. Let vooral op zinnen met meer dan twee bijzinnen of met een lange tussenzin. Die kun je meestal beter splitsen. Hoe moeilijker het onderwerp is, hoe korter je zinnen beter kunnen zijn.
Is elke lange zin slecht?
Nee, een lange zin kan juist goed werken. Dat is het geval bij een opsomming, een duidelijke opbouw of een zin waarin de kern vooraan staat. Een lange zin is pas een probleem als de lezer moet zoeken naar het onderwerp of het werkwoord. Lees de zin dan hardop voor om dit te testen. Struikel je erover, schrijf hem dan opnieuw.
Hoe splits je een zin zonder dat de tekst hakkelig wordt?
Gebruik signaalwoorden om de zinnen aan elkaar te knopen. Woorden als „daarom”, „bovendien” en „maar” laten zien hoe de ene zin met de andere samenhangt. Laat bovendien niet alle zinnen even lang zijn. Een korte zin na een langere voorkomt dat de tekst eentonig wordt. Lees de tekst daarna hardop voor om te horen of het ritme klopt.