Pleonasmen en tautologieën voorkomen in je teksten
Een pleonasme of tautologie zegt twee keer hetzelfde, zoals in witte schimmel. Zulke dubbelingen maken een tekst langer, maar niet duidelijker. Op deze pagina lees je het verschil tussen een pleonasme en een tautologie, zie je veelvoorkomende voorbeelden en leer je hoe je dubbelingen herkent, schrapt en voorkomt, met voorbeelden uit de praktijk.
Door Maarten Soetens
Het verschil tussen een pleonasme en een tautologie
Een pleonasme is een uitdrukking met een overbodig woord, omdat die informatie al in een ander woord zit. Een schimmel is een wit paard, dus witte schimmel zegt twee keer „wit”. Een tautologie is een herhaling van dezelfde gedachte met andere woorden, bijvoorbeeld een ongehuwde vrijgezel. In het dagelijks gebruik lopen beide begrippen door elkaar. Voor je tekst maakt het verschil weinig uit: beide kosten de lezer tijd zonder iets op te leveren. Een pleonasme is geen grammaticafout, want de zin klopt. Het is een stijlfout, en die kost de lezer onnodig aandacht.
Je komt pleonasmen vooral tegen in deze vormen:
- Een bijvoeglijk naamwoord dat al in het zelfstandig naamwoord zit. Het meest bekende voorbeeld is witte schimmel.
- Een werkwoord met een bijwoord dat hetzelfde betekent. In weer terugkeren geeft „terug” al aan dat iemand opnieuw aankomt.
- Twee woorden die hetzelfde aanduiden. Bijvoorbeeld samen met elkaar, waar één van de twee voldoende is.
Niet elke dubbeling is een fout. In vaste uitdrukkingen zoals met eigen ogen zien dient de herhaling om iets te benadrukken. Ook in spreektaal vallen dubbelingen minder op dan in geschreven tekst. In een zakelijke of informatieve tekst kun je ze beter vermijden, omdat elk woord daar een taak moet hebben.
Voorbeelden van pleonasmen en tautologieën
Bij de volgende zinnen kun je een deel weglaten zonder dat de betekenis verandert. Bij elke zin staat waarom dat kan.
- Dat is een gratis cadeau. Een cadeau krijg je gratis, dus „gratis” is overbodig. Schrijf Dat is een cadeau.
- Hij is een ongehuwde vrijgezel. Een vrijgezel is al ongehuwd, dus het woord „ongehuwde” voegt niets toe.
- Dat is mijn eigen persoonlijke mening. Een mening is altijd persoonlijk. Schrijf Dat is mijn mening.
- Ik wil de opdracht opnieuw herhalen. Herhalen betekent al dat je iets opnieuw doet. Schrijf Ik wil de opdracht herhalen.
- Zij liepen samen met elkaar naar huis. „Samen” en „met elkaar” zeggen hetzelfde. Kies er één.
- Hij keerde weer terug naar huis. „Terug” geeft al aan dat hij opnieuw aankomt, dus „weer” is overbodig. Schrijf Hij keerde terug naar huis.
- Je moet vooraf van tevoren plannen. „Vooraf” en „van tevoren” betekenen hetzelfde. Schrijf Je moet vooraf plannen.
- Bijgevoegd treft u bijgaand de factuur aan. „Bijgevoegd” en „bijgaand” betekenen hier hetzelfde. Schrijf Bijgaand treft u de factuur aan.
In al deze zinnen blijft de boodschap even duidelijk als je een van de twee woorden schrapt. Let erop dat je niet alleen losse woorden vergelijkt, maar ook de betekenis van de combinatie als geheel.
Zo spoor je dubbelingen op en voorkom je ze
Je ziet pleonasmen in je eigen tekst het slechtst, omdat je weet wat je bedoelt. Met een vaste aanpak vind je ze toch.
- Stel de weglaatvraag. Wat verandert er als ik dit woord schrap? Verandert er niets, dan kan het weg.
- Controleer bijvoeglijke naamwoorden. Past de eigenschap al bij het zelfstandig naamwoord? Dan is het bijvoeglijk naamwoord overbodig.
- Let op woorden als weer, terug en opnieuw. Samen met werkwoorden als herhalen, terugkeren of herstellen zeggen ze vaak hetzelfde.
- Let op formele standaardzinnen. In brieven en e-mails komen dubbele formules voor, zoals bijgevoegd en bijgaand in één zin.
- Lees de tekst hardop. Een dubbeling hoor je vaak eerder dan dat je haar ziet.
- Laat een ander meelezen. Een ander kent jouw bedoeling niet en struikelt sneller over woorden die niets toevoegen.
- Zoek bij twijfel de betekenis op. Een woordenboek laat zien of een woord de toegevoegde informatie al bevat.
Overdrijf het niet. Een tekst zonder enige herhaling klinkt snel kaal. Laat een dubbeling staan als je er bewust voor kiest, bijvoorbeeld voor nadruk of ritme. Schrap haar als ze alleen ontstaat doordat je niet goed oplette. Door te schrappen wordt je tekst korter, en de overgebleven woorden krijgen meer gewicht. Zo wordt je tekst helderder en prettiger om te lezen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een pleonasme en een tautologie?
Een pleonasme bevat een overbodig woord, omdat de betekenis al in een ander woord zit. Een voorbeeld is witte schimmel. Een tautologie herhaalt dezelfde gedachte in andere woorden, zoals een ongehuwde vrijgezel. In het dagelijks gebruik worden de termen vaak door elkaar gebruikt. Voor je tekst is de oplossing steeds dezelfde: schrap het woord dat niets toevoegt.
Is een pleonasme altijd een fout?
Nee, soms is een dubbeling een bewuste keuze. In een uitdrukking als met eigen ogen zien geeft de herhaling extra nadruk. Ook in een toespraak of een gedicht kan herhaling een bedoeld effect hebben. In zakelijke teksten en handleidingen is een pleonasme meestal wel overbodig. Vraag jezelf daarom af of de herhaling een doel heeft.
Hoe herken je een pleonasme in je eigen tekst?
Kijk bij elk bijvoeglijk naamwoord en bijwoord of het iets toevoegt aan het woord ernaast. Vraag jezelf af wat er verandert als je het woord schrapt. Verandert er niets, dan is het waarschijnlijk een pleonasme. Let extra op woorden als weer, terug en opnieuw, want die komen vaak dubbel voor. Lees de tekst ook hardop, zodat dubbelingen je beter opvallen.