Naar de inhoud

rondtrekken

zonder duidelijk doel van de ene plaats naar de andere gaan

rondtrekken

werkwoord ˈrɔntrɛkə(n)

Betekenis

  1. zonder duidelijk doel van de ene plaats naar de andere gaan

Hoe spreek je rondtrekken uit?

/ˈrɔntrɛkən/

Rondtrekken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrɔntrɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
ɔ bot
n nek
t tak
ɛ bed
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van rondtrekken

rondtrekkenhele werkwoord — trok rondverleden tijd enkelvoud — trokken rondverleden tijd meervoud — rondgetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek rond trok rond
jij trekt rond trok rond
hij, zij, het trekt rond trok rond
wij trekken rond trokken rond
jullie trekken rond trokken rond
zij trekken rond trokken rond
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is rondgetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was rondgetrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd rondgetrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt rondgetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal rondgetrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal rondgetrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou rondgetrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou rondgetrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had rondgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had rondgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had rondgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden rondgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden rondgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden rondgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt rondgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb rondgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben rondgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben rondgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt rondgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rond te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rond te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
rond zal trekken bijzin, toekomende tijd
rond zou trekken bijzin, voorwaardelijk
rond zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
rond zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
rond zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
rond zullen trekken bijzin, toekomende tijd
rond zult trekken bijzin, toekomende tijd
rondgetrokken verleden tijd, deelwoord
rondgetrokken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
rondgetrokken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
rondtrek bijzin, tegenwoordige tijd
rondtrekkend onvoltooid, deelwoord
rondtrekt bijzin, tegenwoordige tijd
rondtrok bijzin, verleden tijd
rondtrokken bijzin, verleden tijd
te hebben rondgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rondtrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek rond gebiedende wijs
trok rond verleden tijd
zal rondgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rondgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal rondgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal rondtrekken bijzin, toekomende tijd
zou rondgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rondgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rondgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou rondtrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) rondtrekken rond zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden rondgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden rondgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden rondgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden rondtrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt rondgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt rondtrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen rondgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen rondgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen rondgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rondtrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen rondtrekken bijzin, toekomende tijd
zult rondgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rondtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult rondtrekken bijzin, toekomende tijd
zult/zal rondtrekken rond zult/zal trekken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van rond en trekken

Woordfamilie van rondtrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
rondgetrokken voltooid deelwoord rondtrekken
rondtrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd rondtrekken
rondtrekke with-subordinate-clause rondtrekken
rondtrekkend onvoltooid deelwoord rondtrekken
rondtrekkende woordvorm rondtrekken
rondtrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd rondtrekken
rondtrok subordinate-clause, verleden tijd rondtrekken
rondtrokken subordinate-clause, verleden tijd rondtrekken
trek rond gebiedende wijs rondtrekken
trekke rond woordvorm rondtrekken
trekken rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon rondtrekken
trekt rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rondtrekken
trok rond verleden tijd rondtrekken
trokken rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rondtrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rondtrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rondtrekken

Hoe spreek ik rondtrekken uit?
Zo spreek je rondtrekken uit: /ˈrɔntrɛkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van rondtrekken?
Rondtrekken is een werkwoord. De betekenis is: zonder duidelijk doel van de ene plaats naar de andere gaan.
Hoe vervoeg ik rondtrekken?
Zo vervoeg je rondtrekken zo: het voltooid deelwoord is rondgetrokken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rondtrekken is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rondtrekken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rondtrekken in het kort

rondtrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van rondtrekken staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rondtrekken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rondtrekken: zonder duidelijk doel van de ene plaats naar de andere gaan
Deel rondtrekken — standaardnederlands.nl