ziel
zelfstandig naamwoord /zil/Betekenis
- het wezen van het niet-stoffelijke van de mens
Hoe spreek je ziel uit?
/zil/
Ziel bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| i | riet |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- het veronderstelde wezen van het niet-stoffelijke van de mens
- ronde instulping in bodem van een wijnfles
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zielen | meervoud |
| zieltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zieltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
erfwoord van Oudnederlands sēla/siela. In de betekenis van ‘geest’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van ziel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ziele | feminine | ziel |
| zielen | meervoud | ziel |
| zieltje | verkleinwoord | ziel |
| zieltjes | verkleinwoord meervoud | ziel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ziel zijn vastgelegd.