Naar de inhoud

ontzielen

van zijn ziel beroven

ontzielen

werkwoord

Betekenis

  1. van zijn ziel beroven

Vervoeging van ontzielen

ontzielenhele werkwoord — ontzieldeverleden tijd enkelvoud — ontzieldenverleden tijd meervoud — ontzieldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontziel ontzielde
jij ontzielt ontzielde
hij, zij, het ontzielt ontzielde
wij ontzielen ontzielden
jullie ontzielen ontzielden
zij ontzielen ontzielden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had ontzield voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontzield voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontzield voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontzield voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontzield voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontzield voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontzield voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontzield voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontzield actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontzield voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontzield voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontzield voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontzield voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontzield voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontzield voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontziel gebiedende wijs
ontzield verleden tijd, deelwoord
ontzield te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontzield zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontzielde verleden tijd
ontziele aanvoegende wijs
ontzielend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontzield actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontzielen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontzielen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ontzield hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontzield hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontzield hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou ontzield hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontzield hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontzield hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontzield hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontzield hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontzield hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontzield hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontzield hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontzield hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontzield hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontzielen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontzield hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontzielen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van ziel met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van ontzielen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontziel gebiedende wijs ontzielen
ontzielden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontzielen
ontziele aanvoegende wijs ontzielen
ontzielend onvoltooid deelwoord ontzielen
ontzielende woordvorm ontzielen
ontzielt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontzielen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontzielen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontzielen

Wat betekent ontzielen?
Ontzielen is een werkwoord. Het woord betekent: van zijn ziel beroven.
Hoe vervoeg je ontzielen?
Je vervoegt ontzielen als volgt: de tegenwoordige tijd is ontziel, de verleden tijd is ontzielde en het voltooid deelwoord is ontzield. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontzielen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. Z 4
  5. I 1
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontzielen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. Z 5
  5. I 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontzielen in het kort

ontzielen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontzielen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontzielen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontzielen: van zijn ziel beroven
Deel ontzielen — standaardnederlands.nl