piel
zelfstandig naamwoord, werkwoord pilBetekenis
- mannelijk geslachtsdeel
- staafje met een scherpe punt dat met een boog wordt weggeschoten
- soms ook gebruikt als algemene benaming voor eend of (jonge) watervogel
- lastig karwei
- afgebroken of afgesneden stuk
- huid, vel
- leer
- pels, bont
- schil
Hoe spreek je piel uit?
/pil/
Piel bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — masculine
- jonge eend (watervogel uit de familie Anatidae), soms ook gebruikt als algemene benaming voor eend of (jonge) watervogel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pielen | meervoud |
| pieltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pieltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pielen
- gebiedende wijs van pielen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pielen
Vervoeging van piel
pielhele werkwoord
Herkomst
[1], [2] variant van pijl, dat zelf teruggaat op Latijn pilum, in de betekenis van ‘penis’ voor het eerst aangetroffen in 1898
Woordfamilie van piel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pieltje | verkleinwoord | piel |
| pieltjes | verkleinwoord meervoud | piel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van piel zijn vastgelegd.