necrofiel
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˌnekroˈfilBetekenis
- iemand met een seksuele voorkeur voor lijken of stervenden
- een perverse liefde of seksuele begeerte voor lijken of stervenden bezittend
Hoe spreek je necrofiel uit?
/ˌnekroˈfil/
Necrofiel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| e | veel |
| k | kat |
| r | rood |
| o | boot |
| f | fiets |
| i | riet |
| l | land |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| necrofielen | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- met een voorkeur voor stervend materiaal
Herkomst
In de betekenis van ‘seksuele begeerte naar lijken hebbend’ voor het eerst aangetroffen in 1984
Woordfamilie van necrofiel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| necrofiele | woordvorm | necrofiel |
| necrofielen | meervoud | necrofiel |
| necrofieler | woordvorm | necrofiel |
| necrofielere | woordvorm | necrofiel |
| necrofielers | woordvorm | necrofiel |
| necrofiels | woordvorm | necrofiel |
| necrofielst | woordvorm | necrofiel |
| necrofielste | woordvorm | necrofiel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van necrofiel zijn vastgelegd.