weide
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈwɛidəBetekenis
- een stuk grasland, gewoonlijk bedoeld voor het begrazen door vee of als maaiveld
Hoe spreek je weide uit?
/ˈwɛidə/
Weide bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weiden | meervoud |
| weides | meervoud |
| weidetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weidetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van weiden
Vervoeging van weide
weidehele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands weide van Oudnederlands weda / wetha, in de betekenis van ‘grasland’ aangetroffen vanaf 901
Woordfamilie van weide
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weides | meervoud | weide |
| weidetje | verkleinwoord | weide |
| weidetjes | verkleinwoord meervoud | weide |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weide zijn vastgelegd.