bescheiden
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord /bə'sxɛi(d)ə/Betekenis
- geen te hoge verwachtingen van zichzelf hebbend
- niet de indruk makend te hoge verwachtingen van zichzelf te hebben
- oordeel hebbende, verstandig
- niet groots of talrijk
- niet opdringerig
- over iemand beslissen, iets bepalen
- informeren, op de hoogte brengen, op de hoogte stellen
Hoe spreek je bescheiden uit?
/bəˈsxɛidə/
Bescheiden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| x | acht |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bescheidener | onverbogen, vergrotende trap |
| bescheideners | partitief, vergrotende trap |
| bescheidens | partitief, stellende trap |
| bescheidenst | onverbogen, overtreffende trap |
| bescheidenste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bescheid
Vervoeging van bescheiden
bescheidenhele werkwoord
Vervoeging van bescheiden
bescheidenhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘ingetogen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1276
Woordfamilie van bescheiden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bescheid | woordvorm | bescheiden |
| bescheidde | woordvorm | bescheiden |
| bescheidden | woordvorm | bescheiden |
| bescheide | woordvorm | bescheiden |
| bescheidend | woordvorm | bescheiden |
| bescheidende | woordvorm | bescheiden |
| bescheidener | vergrotende trap | bescheiden |
| bescheideners | partitieve vergrotende trap | bescheiden |
| bescheidens | partitive, positive | bescheiden |
| bescheidenst | uninflected, superlative | bescheiden |
| bescheidenste | inflected, superlative | bescheiden |
| bescheidt | woordvorm | bescheiden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bescheiden zijn vastgelegd.