blijde
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈblɛidəBetekenis
- middeleeuwse katapult die gebruikt werd om grote stenen in een belegerde plaats te werpen
- blij
Hoe spreek je blijde uit?
/ˈblɛidə/
Blijde bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blijden | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- vrolijk van stemming obsolete
- vreugde oproepend obsolete
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘werpgeschut’ voor het eerst aangetroffen in 1260
Woordfamilie van blijde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blijden | meervoud | blijde |
| blijder | woordvorm | blijde |
| blijdere | woordvorm | blijde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blijde zijn vastgelegd.