Naar de inhoud

weiden

vee op een stuk grond laten grazen

weiden is meer dan één woord

weiden

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. vee op een stuk grond laten grazen

werkwoord

  1. rondgaan intransitive

Vervoeging van weiden

weidenhele werkwoord — weiddeverleden tijd enkelvoud — weiddenverleden tijd meervoud — geweidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik weid weidde
jij weidt weidde
hij, zij, het weidt weidde
wij weiden weidden
jullie weiden weidden
zij weiden weidden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geweid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geweid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geweid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geweid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geweid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geweid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geweid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geweid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geweid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geweid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geweid verleden tijd, deelwoord
geweid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geweid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geweid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geweid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geweid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geweid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geweid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geweid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geweid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geweid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geweid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geweid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geweid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geweid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geweid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geweid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geweid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geweid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geweid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geweid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geweid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geweid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geweid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geweid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geweid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geweid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geweid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geweid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te weiden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geweid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geweid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geweid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geweid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geweid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geweid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geweid voltooid, verleden tijd, derde persoon
weid gebiedende wijs
weidde verleden tijd
weide aanvoegende wijs
weidend onvoltooid, deelwoord
werd geweid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geweid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geweid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geweid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geweid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geweid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geweid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geweid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geweid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geweid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geweid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geweid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geweid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geweid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geweid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geweid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geweid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geweid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geweid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geweid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geweid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geweid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geweid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geweid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geweid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geweid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geweid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geweid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geweid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geweid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geweid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geweid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geweid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geweid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geweid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geweid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geweid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geweid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geweid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geweid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geweid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geweid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geweid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geweid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geweid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geweid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geweid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geweid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geweid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geweid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geweid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geweid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geweid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geweid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen weiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geweid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geweid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geweid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord weide

Herkomst

In de betekenis van ‘doen grazen’ voor het eerst aangetroffen in 1135

Woordfamilie van weiden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geweid voltooid deelwoord weiden
geweide woordvorm weiden
weid gebiedende wijs weiden
weidde verleden tijd weiden
weidden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon weiden
weidend onvoltooid deelwoord weiden
weidende woordvorm weiden
weidt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon weiden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weiden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over weiden

Wat betekent weiden?
Weiden is een werkwoord. Het woord betekent: vee op een stuk grond laten grazen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je weiden?
Je vervoegt weiden als volgt: de tegenwoordige tijd is weid, de verleden tijd is weidde en het voltooid deelwoord is geweid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord weiden is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. I 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

weiden levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. I 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

weiden telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

weiden in het kort

weiden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van weiden zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort weiden bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

weiden: vee op een stuk grond laten grazen
Deel weiden — standaardnederlands.nl