getijde
zelfstandig naamwoord ɣəˈtɛidəBetekenis
- de periodieke verandering van de waterstand ten gevolge van de stand van de maan
- een van de acht officies die het dagritme van een klooster bepalen
Hoe spreek je getijde uit?
/xəˈtɛidə/
Getijde bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| getijden | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘eb en vloed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236
Woordfamilie van getijde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getijden | meervoud | getijde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van getijde zijn vastgelegd.