zijde
zelfstandig naamwoord ˈzɛidəBetekenis
- grenslijn van een tweedimensionale figuur of het grensvlak van een lichaam
- zeer zachte stof gemaakt van cocons van de zijderups
- de personen die gezamenlijk voor iets strijden (letterlijk of figuurlijk)
Hoe spreek je zijde uit?
/ˈzɛidə/
Zijde bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- één kant van een conflict of een kant van een groep
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zijden | enkelvoud |
| zijdes | enkelvoud |
| zijdetje | verkleinwoord |
| zijdetjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
[1] erfwoord via Middelnederlands side zn van Oudnederlands sīda zn , aangetroffen vanaf 1151 (Reimbibel); gaat terug op Oergermaans *sīdōn- ‘flank, uiteinde’, zoals Duits Seite en Engels side, uitbreiding van het bijvoeglijk naamwoord *sīdaz ‘breed, wijd’ (waaruit zijd in ‘wijd en zijd’), dat terug op Proto-Indo-Europees *sh₁i-tó- gaat
Woordfamilie van zijde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zijdes | enkelvoud | zijde |
| zijdetje | verkleinwoord | zijde |
| zijdetjes | verkleinwoord | zijde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zijde zijn vastgelegd.