weidelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met betrekking tot de jacht
- in overeenstemming met het gebruik bij het jagen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weidelijke | verbogen, stellende trap |
| weidelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| weidelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| weidelijkers | partitief, vergrotende trap |
| weidelijks | partitief, stellende trap |
| weidelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| weidelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘in overeenstemming met de jachtregels’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1915
Woordfamilie van weidelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weidelijke | verbogen vorm | weidelijk |
| weidelijker | vergrotende trap | weidelijk |
| weidelijkere | verbogen vergrotende trap | weidelijk |
| weidelijkers | partitieve vergrotende trap | weidelijk |
| weidelijks | partitive, positive | weidelijk |
| weidelijkst | uninflected, superlative | weidelijk |
| weidelijkste | inflected, superlative | weidelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weidelijk zijn vastgelegd.