wasmachine
zelfstandig naamwoord ˈwɑsmɑˌʃinəBetekenis
- een apparaat dat op automatische wijze wasgoed reinigt
Hoe spreek je wasmachine uit?
/ˈwɑsmɑˌʃinə/
Wasmachine bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| m | maan |
| ʃ | sjaal |
| i | riet |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- een apparaat dat op automatische wijze goederen in het algemeen reinigt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wasmachinetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wasmachinetjes | verkleinwoord, meervoud |
| wasmachientje, | verkleinwoord, enkelvoud |
| wasmachientjes, | verkleinwoord, meervoud |
| wasmachines | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘toestel dat kleding of groenten mechanisch schoonmaakt’ voor het eerst aangetroffen in 1838
Woordfamilie van wasmachine
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wasmachientje | woordvorm | wasmachine |
| wasmachientjes | meervoud | wasmachine |
| wasmachines | meervoud | wasmachine |
| wasmachinetje | woordvorm | wasmachine |
| wasmachinetjes | meervoud | wasmachine |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wasmachine zijn vastgelegd.