insuline
zelfstandig naamwoord ˌɪnsyˈlinəBetekenis
- een hormoon gemaakt in de bètacellen van de pancreas in de zogenaamde eilandjes van Langerhans, dat de lever aanzet bloedglucose op te nemen en op te slaan in de vorm van glycogeen
Hoe spreek je insuline uit?
/ˌɪnsyˈlinə/
Insuline bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| y | fuut |
| l | land |
| i | riet |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hormoon’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1926
Woordfamilie van insuline
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| insulinen | meervoud | insuline |
| insulines | meervoud | insuline |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van insuline zijn vastgelegd.