waarnemen
werkwoord ˈwarnemə(n)Betekenis
- iets via de zintuigen in zich opnemen
- (een taak, functie) bekleden, tijdelijk vervullen, als vervanger optreden
Hoe spreek je waarnemen uit?
/ˈwarnemən/
Waarnemen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| r | rood |
| n | nek |
| e | veel |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- bekleden, tijdelijk vervullen, als vervanger optreden transitive
Vervoeging van waarnemen
waarnemenhele werkwoord — nam waarverleden tijd enkelvoud — namen waarverleden tijd meervoud — waargenomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | neem waar | nam waar |
| jij | neemt waar | naamt waar |
| hij, zij, het | neemt waar | nam waar |
| wij | nemen waar | namen waar |
| jullie | nemen waar | namen waar |
| zij | nemen waar | namen waar |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is waargenomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was waargenomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd waargenomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt waargenomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal waargenomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal waargenomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou waargenomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou waargenomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had waargenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had waargenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had waargenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden waargenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden waargenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden waargenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt waargenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben waargenomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nam waar | verleden tijd |
| neem waar | gebiedende wijs |
| te hebben waargenomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen waarnemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waar te nemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| waar te zullen nemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waar zal nemen | bijzin, toekomende tijd |
| waar zou nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| waar zouden nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| waar zoudt nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| waar zullen nemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waar zullen nemen | bijzin, toekomende tijd |
| waar zult nemen | bijzin, toekomende tijd |
| waargenomen | verleden tijd, deelwoord |
| waargenomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| waargenomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| waargenomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waargenomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waargenomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waargenomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| waargenomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| waargenomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waargenomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waargenomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waarnaamt | bijzin, verleden tijd |
| waarnam | bijzin, verleden tijd |
| waarnamen | bijzin, verleden tijd |
| waarneem | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waarneemt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waarnemend | onvoltooid, deelwoord |
| waart waargenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren waargenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren waargenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren waargenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was waargenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was waargenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was waargenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt waargenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal waargenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal waargenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal waargenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal waargenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal waargenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal waarnemen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt waargenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou waargenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou waargenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou waargenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou waargenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou waargenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou waargenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou waarnemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) waarnemen waar zou(dt) nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden waargenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden waargenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden waargenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden waargenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden waargenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden waargenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden waarnemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt waargenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt waargenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt waarnemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen waargenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen waargenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen waargenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen waargenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen waargenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen waargenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen waargenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen waarnemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen waarnemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen waarnemen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
van Middelnederlands waernemen / warenemen, op te vatten als samenstelling van waar bw en nemen ww **[1] in de betekenis van ‘bemerken’ aangetroffen vanaf 1200 **[2] in de betekenis van ‘tijdelijk bekleden (van ambt)’ aangetroffen vanaf 1734
Woordfamilie van waarnemen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| naamt waar | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | waarnemen |
| nam waar | verleden tijd | waarnemen |
| namen waar | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | waarnemen |
| neem waar | gebiedende wijs | waarnemen |
| neemt waar | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | waarnemen |
| neme waar | woordvorm | waarnemen |
| nemen waar | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | waarnemen |
| waargenomen | voltooid deelwoord | waarnemen |
| waarnaamt | subordinate-clause, verleden tijd | waarnemen |
| waarnam | subordinate-clause, verleden tijd | waarnemen |
| waarnamen | subordinate-clause, verleden tijd | waarnemen |
| waarneem | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | waarnemen |
| waarneemt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | waarnemen |
| waarneme | with-subordinate-clause | waarnemen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waarnemen zijn vastgelegd.