Naar de inhoud

horen

geluid waarnemen met het oor

horen is meer dan één woord

horen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /hɔː.rən/

Betekenis

  1. geluid waarnemen met het oor
  2. thuishoren, behoren
  3. hoorn
  4. het gehoor, het in staat zijn om te kunnen horen

Hoe spreek je horen uit?

/hɔrən/

Horen bestaat uit twee lettergrepen.

De tekens in /hɔrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɔ bot
r rood
ə de
n nek

Vervoeging van horen

horenhele werkwoord — hoordeverleden tijd enkelvoud — hoordenverleden tijd meervoud — gehoordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hoor hoorde
jij hoort hoorde
hij, zij, het hoort hoorde
wij horen hoorden
jullie horen hoorden
zij horen hoorden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehoord verleden tijd, deelwoord
gehoord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehoord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hoor gebiedende wijs
hoorde verleden tijd
hore aanvoegende wijs
horend onvoltooid, deelwoord
te hebben gehoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te horen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen horen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal horen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal horen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal horen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou horen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou horen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou horen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden horen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden horen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden horen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt horen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen horen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen horen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen horen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen horen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult horen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van horen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehoord voltooid deelwoord horen
hoorde verleden tijd horen
hoorden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon horen
hooren woordvorm horen
hoort aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon horen
hore aanvoegende wijs horen
horens meervoud horen
horentje woordvorm horen
horentjes meervoud horen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van horen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over horen

Hoe spreek ik horen uit?
Zo spreek je horen uit: /hɔː.rən/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van horen?
Horen is een werkwoord. De betekenis is: geluid waarnemen met het oor. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik horen?
Zo vervoeg je horen zo: de tegenwoordige tijd is hoor, de verleden tijd is hoorde en het voltooid deelwoord is gehoord. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord horen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. O 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

horen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. O 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 zonder bonus
  7. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

horen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

horen in het kort

horen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van horen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort horen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

horen: geluid waarnemen met het oor
Deel horen — standaardnederlands.nl