Naar de inhoud

voorspannen

voor een rijtuig of kar spannen

voorspannen is meer dan één woord

voorspannen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. voor een rijtuig of kar spannen
  2. aanbrengen met een ingebouwde spanning

Vervoeging van voorspannen

voorspannenhele werkwoord — spande voorverleden tijd enkelvoud — spanden voorverleden tijd meervoud — voorgespannenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik span voor spande voor
jij spant voor spande voor
hij, zij, het spant voor spande voor
wij spannen voor spanden voor
jullie spannen voor spanden voor
zij spannen voor spanden voor
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voorgespannen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorgespannen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorgespannen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorgespannen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorgespannen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorgespannen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorgespannen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorgespannen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorgespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorgespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorgespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorgespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorgespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorgespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorgespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgespannen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
span voor gebiedende wijs
spande voor verleden tijd
te hebben voorgespannen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorspannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te spannen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen spannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal spannen bijzin, toekomende tijd
voor zou spannen bijzin, voorwaardelijk
voor zouden spannen bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt spannen bijzin, voorwaardelijk
voor zullen spannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen spannen bijzin, toekomende tijd
voor zult spannen bijzin, toekomende tijd
voorgespannen verleden tijd, deelwoord
voorgespannen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgespannen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgespannen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgespannen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgespannen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgespannen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgespannen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgespannen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgespannen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgespannen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorspan bijzin, tegenwoordige tijd
voorspande bijzin, verleden tijd
voorspanden bijzin, verleden tijd
voorspannend onvoltooid, deelwoord
voorspant bijzin, tegenwoordige tijd
waart voorgespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voorgespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voorgespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voorgespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voorgespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voorgespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal voorgespannen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorgespannen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voorgespannen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgespannen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorspannen bijzin, toekomende tijd
zijn voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voorgespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voorgespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorspannen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voorspannen voor zou(dt) spannen bijzin, voorwaardelijk
zouden voorgespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorspannen bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorgespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorspannen bijzin, voorwaardelijk
zullen voorgespannen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgespannen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorgespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgespannen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgespannen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgespannen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorspannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voorspannen bijzin, toekomende tijd
zult voorgespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord voorspan

Herkomst

samenstelling van voor en spannen

Woordfamilie van voorspannen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
span voor gebiedende wijs voorspannen
spande voor verleden tijd voorspannen
spanden voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorspannen
spanne voor woordvorm voorspannen
spannen voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorspannen
spant voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voorspannen
voorgespannen voltooid deelwoord voorspannen
voorspande subordinate-clause, verleden tijd voorspannen
voorspanden subordinate-clause, verleden tijd voorspannen
voorspanne with-subordinate-clause voorspannen
voorspannend onvoltooid deelwoord voorspannen
voorspannende woordvorm voorspannen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorspannen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over voorspannen

Wat betekent voorspannen?
Voorspannen is een werkwoord. Het woord betekent: voor een rijtuig of kar spannen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je voorspannen?
Je vervoegt voorspannen als volgt: het voltooid deelwoord is voorgespannen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorspannen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. P 3
  7. A 1
  8. N 1
  9. N 1
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorspannen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. P 4
  7. A 1
  8. N 1
  9. N 1
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorspannen in het kort

voorspannen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van voorspannen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort voorspannen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

voorspannen: voor een rijtuig of kar spannen
Deel voorspannen — standaardnederlands.nl