Naar de inhoud

bespannen

overspannen met weefsel, draden, snaren enz

bespannen

werkwoord

Betekenis

  1. overspannen met weefsel, draden, snaren enz
  2. trekdieren spannen aan, voor

Vervoeging van bespannen

bespannenhele werkwoord — bespandeverleden tijd enkelvoud — bespandenverleden tijd meervoud — bespannenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bespan bespande
jij bespant bespande
hij, zij, het bespant bespande
wij bespannen bespanden
jullie bespannen bespanden
zij bespannen bespanden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bespan gebiedende wijs
bespande verleden tijd
bespanne aanvoegende wijs
bespannen verleden tijd, deelwoord
bespannen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bespannen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bespannen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespannen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespannen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespannen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bespannen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bespannen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespannen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespannen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespannend onvoltooid, deelwoord
er is bespannen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bespannen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bespannen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bespannen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bespannen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bespannen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bespannen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bespannen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bespannen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bespannen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bespannen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bespannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bespannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van bespannen

Vervoeging van bespannen

bespannenhele werkwoord — bespandeverleden tijd enkelvoud — bespandenverleden tijd meervoud — bespannenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bespan bespande
jij bespant bespande
hij, zij, het bespant bespande
wij bespannen bespanden
jullie bespannen bespanden
zij bespannen bespanden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bespan gebiedende wijs
bespande verleden tijd
bespanne aanvoegende wijs
bespannen verleden tijd, deelwoord
bespannen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bespannen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bespannen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespannen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespannen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespannen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bespannen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bespannen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespannen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespannen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespannend onvoltooid, deelwoord
er is bespannen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bespannen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bespannen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bespannen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bespannen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bespannen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bespannen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bespannen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bespannen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bespannen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bespannen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bespannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bespannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bespannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bespannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespannen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van spannen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bespannen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bespan gebiedende wijs bespannen
bespande verleden tijd bespannen
bespanden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bespannen
bespanne aanvoegende wijs bespannen
bespannend onvoltooid deelwoord bespannen
bespannende woordvorm bespannen
bespant aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bespannen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bespannen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bespannen

Wat is de betekenis van bespannen?
Bespannen is een werkwoord. De betekenis is: overspannen met weefsel, draden, snaren enz. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bespannen?
Zo vervoeg je bespannen zo: de tegenwoordige tijd is bespan, de verleden tijd is bespande en het voltooid deelwoord is bespannen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bespannen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. P 3
  5. A 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bespannen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. P 4
  5. A 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bespannen in het kort

bespannen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bespannen staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bespannen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bespannen: overspannen met weefsel, draden, snaren enz
Deel bespannen — standaardnederlands.nl