bespannen
werkwoordBetekenis
- overspannen met weefsel, draden, snaren enz
- trekdieren spannen aan, voor
Vervoeging van bespannen
bespannenhele werkwoord — bespandeverleden tijd enkelvoud — bespandenverleden tijd meervoud — bespannenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bespan | bespande |
| jij | bespant | bespande |
| hij, zij, het | bespant | bespande |
| wij | bespannen | bespanden |
| jullie | bespannen | bespanden |
| zij | bespannen | bespanden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bespan | gebiedende wijs |
| bespande | verleden tijd |
| bespanne | aanvoegende wijs |
| bespannen | verleden tijd, deelwoord |
| bespannen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bespannen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bespannen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bespannen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bespannen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bespannen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bespannen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bespannen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bespannen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bespannen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bespannend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bespannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bespannen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bespannen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bespannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bespannen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bespannen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bespannen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bespannen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bespannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bespannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bespannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bespannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bespannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van bespannen
Vervoeging van bespannen
bespannenhele werkwoord — bespandeverleden tijd enkelvoud — bespandenverleden tijd meervoud — bespannenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bespan | bespande |
| jij | bespant | bespande |
| hij, zij, het | bespant | bespande |
| wij | bespannen | bespanden |
| jullie | bespannen | bespanden |
| zij | bespannen | bespanden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bespan | gebiedende wijs |
| bespande | verleden tijd |
| bespanne | aanvoegende wijs |
| bespannen | verleden tijd, deelwoord |
| bespannen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bespannen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bespannen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bespannen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bespannen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bespannen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bespannen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bespannen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bespannen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bespannen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bespannend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bespannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bespannen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bespannen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bespannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bespannen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bespannen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bespannen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bespannen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bespannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bespannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bespannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bespannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bespannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bespannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van spannen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bespannen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bespan | gebiedende wijs | bespannen |
| bespande | verleden tijd | bespannen |
| bespanden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bespannen |
| bespanne | aanvoegende wijs | bespannen |
| bespannend | onvoltooid deelwoord | bespannen |
| bespannende | woordvorm | bespannen |
| bespant | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bespannen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bespannen zijn vastgelegd.