voorspan
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- wat geheel vooraan voor een wagen gespannen is, meestal de twee voorste paarden van een vierspan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorspannen | meervoud |
| voorspannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorspannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorspannen
Vervoeging van voorspan
voorspanhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van voor bw en span zn
Woordfamilie van voorspan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorspannetje | verkleinwoord | voorspan |
| voorspannetjes | verkleinwoord meervoud | voorspan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorspan zijn vastgelegd.