inspannen
werkwoord ˈɪnspɑnə(n)Betekenis
- het voor een voertuig of ploeg vastmaken van een lastdier
- zich ~: moeite doen
Hoe spreek je inspannen uit?
/ˈɪnspɑnən/
Inspannen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inspannen
inspannenhele werkwoord — spande inverleden tijd enkelvoud — spanden inverleden tijd meervoud — ingespannenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | span in | spande in |
| jij | spant in | spande in |
| hij, zij, het | spant in | spande in |
| wij | spannen in | spanden in |
| jullie | spannen in | spanden in |
| zij | spannen in | spanden in |
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingespannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingespannen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingespannen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingespannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingespannen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingespannen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingespannen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingespannen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingespannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te spannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen spannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal spannen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou spannen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden spannen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt spannen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen spannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen spannen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult spannen | bijzin, toekomende tijd |
| ingespannen | verleden tijd, deelwoord |
| ingespannen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingespannen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingespannen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingespannen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingespannen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingespannen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingespannen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingespannen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingespannen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingespannen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inspan | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inspande | bijzin, verleden tijd |
| inspanden | bijzin, verleden tijd |
| inspannend | onvoltooid, deelwoord |
| inspant | bijzin, tegenwoordige tijd |
| is ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| span in | gebiedende wijs |
| span u/je in, spant je in | gebiedende wijs |
| spande in | verleden tijd |
| te hebben ingespannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inspannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inspannen | bijzin, toekomende tijd |
| zal me inspannen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich inspannen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je inspannen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich ingespannen hebben | verleden tijd |
| zich inspannend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inspannen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inspannen in zou(dt) spannen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inspannen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inspannen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
Herkomst
samenstelling van in bw en spannen ww
Woordfamilie van inspannen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingespannen | voltooid deelwoord | inspannen |
| inspan | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inspannen |
| inspande | subordinate-clause, verleden tijd | inspannen |
| inspanden | subordinate-clause, verleden tijd | inspannen |
| inspanne | with-subordinate-clause | inspannen |
| inspant | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inspannen |
| span in | gebiedende wijs | inspannen |
| spande in | verleden tijd | inspannen |
| spanden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inspannen |
| spanne in | woordvorm | inspannen |
| spannen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inspannen |
| spant in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inspannen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inspannen zijn vastgelegd.