Naar de inhoud

inpakken

in een verpakking doen

inpakken

werkwoord ˈɪmpɑkə(n)

Betekenis

  1. in een verpakking doen
  2. in een omhulsel doen
  3. volstoppen met goederen

Hoe spreek je inpakken uit?

/ˈɪmpɑkən/

Inpakken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪmpɑkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
m maan
p pak
ɑ bad
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inpakken

inpakkenhele werkwoord — pakte inverleden tijd enkelvoud — pakten inverleden tijd meervoud — ingepaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pak in pakte in
jij pakt in pakte in
hij, zij, het pakt in pakte in
wij pakken in pakten in
jullie pakken in pakten in
zij pakken in pakten in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingepakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingepakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingepakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingepakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingepakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingepakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingepakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingepakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingepakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingepakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingepakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingepakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingepakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te pakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen pakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal pakken bijzin, toekomende tijd
in zou pakken bijzin, voorwaardelijk
in zouden pakken bijzin, voorwaardelijk
in zoudt pakken bijzin, voorwaardelijk
in zullen pakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen pakken bijzin, toekomende tijd
in zult pakken bijzin, toekomende tijd
ingepakt verleden tijd, deelwoord
ingepakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingepakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingepakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingepakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingepakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingepakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingepakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingepakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingepakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingepakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inpak bijzin, tegenwoordige tijd
inpakkend onvoltooid, deelwoord
inpakt bijzin, tegenwoordige tijd
inpakte bijzin, verleden tijd
inpakten bijzin, verleden tijd
is ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pak in gebiedende wijs
pakte in verleden tijd
te hebben ingepakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inpakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingepakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingepakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingepakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingepakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingepakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingepakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingepakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingepakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingepakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingepakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingepakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingepakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingepakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingepakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingepakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingepakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingepakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingepakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingepakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingepakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingepakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingepakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inpakken bijzin, toekomende tijd
zijn ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingepakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingepakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingepakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inpakken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inpakken in zou(dt) pakken bijzin, voorwaardelijk
zouden ingepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingepakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingepakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingepakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inpakken bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingepakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inpakken bijzin, voorwaardelijk
zullen ingepakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingepakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingepakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingepakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingepakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingepakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingepakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inpakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inpakken bijzin, toekomende tijd
zult ingepakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en pakken ww

Woordfamilie van inpakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingepakt voltooid deelwoord inpakken
ingepakte woordvorm inpakken
inpak subordinate-clause, tegenwoordige tijd inpakken
inpakke with-subordinate-clause inpakken
inpakkend onvoltooid deelwoord inpakken
inpakkende woordvorm inpakken
inpakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inpakken
inpakte subordinate-clause, verleden tijd inpakken
inpakten subordinate-clause, verleden tijd inpakken
pak in gebiedende wijs inpakken
pakke in woordvorm inpakken
pakken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inpakken
pakt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inpakken
pakte in verleden tijd inpakken
pakten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inpakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inpakken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over inpakken

Hoe spreek ik inpakken uit?
Zo spreek je inpakken uit: /ˈɪmpɑkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inpakken?
Inpakken is een werkwoord. De betekenis is: in een verpakking doen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inpakken?
Zo vervoeg je inpakken zo: het voltooid deelwoord is ingepakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inpakken is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. P 3
  4. A 1
  5. K 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inpakken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. P 4
  4. A 1
  5. K 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inpakken in het kort

inpakken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inpakken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inpakken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inpakken: in een verpakking doen
Deel inpakken — standaardnederlands.nl