bevangen
werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iemand grijpen, overmeesteren
- gegrepen, overmeesterd
Vervoeging van bevangen
bevangenhele werkwoord — bevingverleden tijd enkelvoud — bevingenverleden tijd meervoud — bevangenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bevang | beving |
| jij | bevangt | beving |
| hij, zij, het | bevangt | beving |
| wij | bevangen | bevingen |
| jullie | bevangen | bevingen |
| zij | bevangen | bevingen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bevang | gebiedende wijs |
| bevange | aanvoegende wijs |
| bevangen | verleden tijd, deelwoord |
| bevangen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevangen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevangen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevangen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevangen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevangen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevangen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevangen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevangen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevangen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevangend | onvoltooid, deelwoord |
| beving | verleden tijd |
| er is bevangen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bevangen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bevangen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bevangen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bevangen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bevangen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bevangen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bevangen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bevangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bevangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bevangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bevangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevangen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bevangen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bevangen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bevangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bevangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bevangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bevangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bevangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Vervoeging van bevangen
bevangenhele werkwoord
Herkomst
Afgeleid van vangen met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van bevangen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevang | gebiedende wijs | bevangen |
| bevange | aanvoegende wijs | bevangen |
| bevangend | onvoltooid deelwoord | bevangen |
| bevangende | woordvorm | bevangen |
| bevangener | woordvorm | bevangen |
| bevangeners | woordvorm | bevangen |
| bevangens | woordvorm | bevangen |
| bevangenst | woordvorm | bevangen |
| bevangenste | woordvorm | bevangen |
| bevangt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bevangen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevangen zijn vastgelegd.