Naar de inhoud

bevangen

iemand grijpen, overmeesteren

bevangen is meer dan één woord

bevangen

werkwoord, bijvoeglijk naamwoord

Betekenis

  1. iemand grijpen, overmeesteren
  2. gegrepen, overmeesterd

Vervoeging van bevangen

bevangenhele werkwoord — bevingverleden tijd enkelvoud — bevingenverleden tijd meervoud — bevangenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bevang beving
jij bevangt beving
hij, zij, het bevangt beving
wij bevangen bevingen
jullie bevangen bevingen
zij bevangen bevingen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bevang gebiedende wijs
bevange aanvoegende wijs
bevangen verleden tijd, deelwoord
bevangen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevangen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevangen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevangen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevangen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevangen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevangen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevangen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevangen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevangen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevangend onvoltooid, deelwoord
beving verleden tijd
er is bevangen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bevangen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bevangen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bevangen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bevangen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bevangen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bevangen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bevangen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevangen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bevangen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bevangen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bevangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bevangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bevangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bevangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bevangen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevangen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bevangen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bevangen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevangen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bevangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bevangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bevangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bevangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bevangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bevangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bevangen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevangen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevangen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevangen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevangen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevangen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bevangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bevangen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevangen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Vervoeging van bevangen

bevangenhele werkwoord

Herkomst

Afgeleid van vangen met het voorvoegsel be-.

Woordfamilie van bevangen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bevang gebiedende wijs bevangen
bevange aanvoegende wijs bevangen
bevangend onvoltooid deelwoord bevangen
bevangende woordvorm bevangen
bevangener woordvorm bevangen
bevangeners woordvorm bevangen
bevangens woordvorm bevangen
bevangenst woordvorm bevangen
bevangenste woordvorm bevangen
bevangt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bevangen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevangen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bevangen

Wat betekent bevangen?
Bevangen is een werkwoord. Het woord betekent: iemand grijpen, overmeesteren. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bevangen?
Je vervoegt bevangen als volgt: de tegenwoordige tijd is bevang, de verleden tijd is beving en het voltooid deelwoord is bevangen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bevangen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. A 1
  5. N 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bevangen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. V 4
  4. A 1
  5. N 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bevangen in het kort

bevangen is zowel werkwoord als bijvoeglijk naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bevangen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bevangen bij een woordfamilie van 10 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bevangen: iemand grijpen, overmeesteren
Deel bevangen — standaardnederlands.nl