Naar de inhoud

verhangen

zelfmoord plegen door zichzelf te hangen

verhangen

werkwoord vərˈhɑŋə(n)

Betekenis

  1. zelfmoord plegen door zichzelf te hangen

Hoe spreek je verhangen uit?

/vərˈhɑŋən/

Verhangen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈhɑŋən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
h hoed
ɑ bad
ŋ ding
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. zich verhangen # voltooid deelwoord van zich verhangen

Vervoeging van verhangen

verhangenhele werkwoord — verhingverleden tijd enkelvoud — verhingenverleden tijd meervoud — verhangenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verhang verhing
jij verhangt verhing
hij, zij, het verhangt verhing
wij verhangen verhingen
jullie verhangen verhingen
zij verhangen verhingen
Alle 161 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verhangen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verhangen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verhangen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verhangen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verhangen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verhangen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verhangen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verhangen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verhangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verhangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verhangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verhangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verhangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verhangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verhangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verhangen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verhangen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verhangen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verhangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhang gebiedende wijs
verhang me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verhang u/je , verhangt je gebiedende wijs
verhange aanvoegende wijs
verhange zich aanvoegende wijs
verhangen verleden tijd, deelwoord
verhangen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verhangen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verhangen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verhangen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verhangen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhangen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhangen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhangen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verhangen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verhangen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verhangen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhangen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhangen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhangend onvoltooid, deelwoord
verhangt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verhangt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verhangt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verhangt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verhangt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verhangt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verhing verleden tijd
verhing je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verhing me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verhing u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verhing u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verhing zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verhing zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verhing zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verhingen je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verhingen ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verhingen zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
waart verhangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verhangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verhangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verhangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verhangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verhangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verhangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verhangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verhangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verhangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verhangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verhangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verhangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verhangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verhangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verhangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verhangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verhangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verhangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verhangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verhangen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verhangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verhangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verhangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verhangen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhangen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verhangen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verhangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verhangen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhangen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich verhangen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verhangen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verhangen canonical
zich verhangen hebben verleden tijd
zich verhangend onvoltooid, deelwoord
zijn verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verhangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verhangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verhangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verhangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verhangen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhangen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verhangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verhangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhangen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhangen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verhangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verhangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verhangen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verhangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verhangen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verhangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verhangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhangen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verhangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verhangen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verhangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verhangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verhangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verhangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je verhangen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verhangen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verhangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm

Herkomst

afgeleid van hangen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verhangen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verhange aanvoegende wijs verhangen
verhangend onvoltooid deelwoord verhangen
verhangende woordvorm verhangen
verhangt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verhangen
verhing verleden tijd verhangen
verhingen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verhangen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhangen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verhangen

Hoe spreek je verhangen uit?
De uitspraak van verhangen is: /vərˈhɑŋə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verhangen?
Verhangen is een werkwoord. Het woord betekent: zelfmoord plegen door zichzelf te hangen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verhangen?
Je vervoegt verhangen als volgt: de tegenwoordige tijd is verhang, de verleden tijd is verhing en het voltooid deelwoord is verhangen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verhangen?

Verhangen rijmt op 18 woorden op -angen; ontvangen, behangen en hangen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verhangen, uitspraak vərˈhɑŋən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ontvangen 3
behangen 3
hangen 2
gevangen 3
vervangen 3
belangen 3
stangen 2
prangen 2
aaneengehangen 5
aangehangen 4
aangevangen 4
aansluitslangen 4
boventoonzangen 5
erlangen 3
overgangen 4
samengehangen 5
slangen 2
sprangen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verhangen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verhangen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verhangen in het kort

verhangen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verhangen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verhangen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verhangen: zelfmoord plegen door zichzelf te hangen
Deel verhangen — standaardnederlands.nl