vervangen
werkwoord /vər'vɑŋə(n)/Betekenis
- het ene de plaats doen innemen van het andere
Hoe spreek je vervangen uit?
/vərˈvɑŋən/
Vervangen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vervangen
vervangenhele werkwoord — vervingverleden tijd enkelvoud — vervingenverleden tijd meervoud — vervangenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vervang | verving |
| jij | vervangt | verving |
| hij, zij, het | vervangt | verving |
| wij | vervangen | vervingen |
| jullie | vervangen | vervingen |
| zij | vervangen | vervingen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vervangen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vervangen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vervangen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vervangen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vervangen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vervangen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vervangen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vervangen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vervangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vervangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vervangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vervangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vervangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vervangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vervangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervangen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vervangen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vervangen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vervangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervang | gebiedende wijs |
| vervange | aanvoegende wijs |
| vervangen | verleden tijd, deelwoord |
| vervangen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vervangen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vervangen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervangen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervangen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervangen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vervangen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vervangen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervangen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervangen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervangend | onvoltooid, deelwoord |
| verving | verleden tijd |
| waart vervangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vervangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vervangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vervangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vervangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vervangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vervangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vervangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vervangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vervangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vervangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vervangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vervangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vervangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vervangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vervangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vervangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vervangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vervangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vervangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vervangen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vervangen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vervangen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervangen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vervangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vervangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vervangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vervangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vervangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vervangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vervangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vervangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen vervangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vervangen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vervangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vervangen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervangen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vervangen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vervangen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult vervangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vervangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervangen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘de plaats innemen van’ voor het eerst aangetroffen in 1273
Woordfamilie van vervangen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vervang | gebiedende wijs | vervangen |
| vervange | aanvoegende wijs | vervangen |
| vervangt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vervangen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vervangen zijn vastgelegd.