Naar de inhoud

prangen

voortdurend met veel kracht aanraken

prangen is meer dan één woord

prangen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈprɑŋə(n)

Betekenis

  1. voortdurend met veel kracht aanraken
  2. met veel inspanning handelen
  3. 1 drukken
  4. 1 klemmen
  5. 1 knellen
  6. 2 zwoegen

Hoe spreek je prangen uit?

/ˈprɑŋən/

Prangen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈprɑŋən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
r rood
ɑ bad
ŋ ding
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van prangen

prangenhele werkwoord — prangdeverleden tijd enkelvoud — prangdenverleden tijd meervoud — geprangdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik prang prangde
jij prangt prangde
hij, zij, het prangt prangde
wij prangen prangden
jullie prangen prangden
zij prangen prangden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geprangd verleden tijd, deelwoord
geprangd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprangd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geprangd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geprangd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geprangd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geprangd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geprangd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geprangd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geprangd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geprangd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprangd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geprangd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprangd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geprangd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geprangd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprangd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprangd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
prang gebiedende wijs
prangde verleden tijd
prange aanvoegende wijs
prangend onvoltooid, deelwoord
te hebben geprangd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te prangen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen prangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geprangd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprangd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geprangd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal prangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal prangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal prangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geprangd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprangd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprangd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou prangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou prangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou prangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geprangd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprangd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprangd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden prangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden prangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden prangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geprangd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt prangen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geprangd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geprangd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geprangd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen prangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen prangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen prangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen prangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geprangd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult prangen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord prang

Herkomst

van Middelnederlands prangen de betekenis van ‘drukken, knellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1400

Woordfamilie van prangen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geprangd voltooid deelwoord prangen
geprangde woordvorm prangen
prangde verleden tijd prangen
prangden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon prangen
prange aanvoegende wijs prangen
prangt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon prangen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prangen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over prangen

Hoe spreek ik prangen uit?
Zo spreek je prangen uit: /ˈprɑŋə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van prangen?
Prangen is een werkwoord. De betekenis is: voortdurend met veel kracht aanraken. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik prangen?
Zo vervoeg je prangen zo: de tegenwoordige tijd is prang, de verleden tijd is prangde en het voltooid deelwoord is geprangd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op prangen?

Prangen rijmt op 18 woorden op -angen; ontvangen, behangen en hangen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op prangen, uitspraak ˈprɑŋən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ontvangen 3
behangen 3
hangen 2
gevangen 3
vervangen 3
belangen 3
verhangen 3
stangen 2
aaneengehangen 5
aangehangen 4
aangevangen 4
aansluitslangen 4
boventoonzangen 5
erlangen 3
overgangen 4
samengehangen 5
slangen 2
sprangen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord prangen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

prangen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. A 1
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

prangen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

prangen in het kort

prangen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van prangen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort prangen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

prangen: voortdurend met veel kracht aanraken
Deel prangen — standaardnederlands.nl