ontvangen
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord ɔntˈfɑŋə(n)Betekenis
- het verkrijgen van zaken zoals loon en berichten
- het op bezoek krijgen van gasten
Hoe spreek je ontvangen uit?
/ɔntˈfɑŋən/
Ontvangen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ontvangen
ontvangenhele werkwoord — ontvingverleden tijd enkelvoud — ontvingenverleden tijd meervoud — ontvangenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontvang | ontving |
| jij | ontvangt | ontving |
| hij, zij, het | ontvangt | ontving |
| wij | ontvangen | ontvingen |
| jullie | ontvangen | ontvingen |
| zij | ontvangen | ontvingen |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had ontvangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ontvangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ontvangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ontvangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ontvangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ontvangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ontvangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontvangen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontvang | gebiedende wijs |
| ontvange | aanvoegende wijs |
| ontvangen | verleden tijd, deelwoord |
| ontvangen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontvangen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontvangend | onvoltooid, deelwoord |
| ontving | verleden tijd |
| te hebben ontvangen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ontvangen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ontvangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen ontvangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult ontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van ontvangen
Herkomst
Afgeleid van vangen met het voorvoegsel ont-
Woordfamilie van ontvangen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontvang | gebiedende wijs | ontvangen |
| ontvange | aanvoegende wijs | ontvangen |
| ontvangend | onvoltooid deelwoord | ontvangen |
| ontvangende | woordvorm | ontvangen |
| ontvangt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ontvangen |
| ontving | verleden tijd | ontvangen |
| ontvingen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ontvangen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontvangen zijn vastgelegd.