verbranden
werkwoord vərˈbrɑndə(n)Betekenis
- verteerd worden door vuur of hitte
- doen verteren door vuur of hitte; in de brand steken
Hoe spreek je verbranden uit?
/vərˈbrɑndən/
Verbranden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verbranden
verbrandenhele werkwoord — verbranddeverleden tijd enkelvoud — verbranddenverleden tijd meervoud — verbrandvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verbrand | verbrandde |
| jij | verbrandt | verbrandde |
| hij, zij, het | verbrandt | verbrandde |
| wij | verbranden | verbrandden |
| jullie | verbranden | verbrandden |
| zij | verbranden | verbrandden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verbrand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verbrand | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verbrand | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verbrand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verbrand worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verbrand zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verbrand worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verbrand zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verbrand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verbrand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verbrand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verbrand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verbrand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verbrand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verbrand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbrand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verbrand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verbranden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verbranden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbrand | gebiedende wijs |
| verbrand | verleden tijd, deelwoord |
| verbrand te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verbrand te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verbrand te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbrand te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbrand te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbrand worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verbrand zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verbrand zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbrand zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbrand zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbrandde | verleden tijd |
| verbrande | aanvoegende wijs |
| verbrandend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verbrand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbrand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verbrand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbrand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verbrand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verbrand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verbrand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verbrand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verbrand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verbrand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verbrand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verbrand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verbrand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verbrand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verbrand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verbrand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verbrand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verbrand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verbrand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verbrand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verbrand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbrand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verbrand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verbrand zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbrand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verbrand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verbrand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbrand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbrand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbrand zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbrand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbrand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verbrand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbrand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbrand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbrand zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbrand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbrand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verbrand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbrand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verbrand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbrand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbrand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbrand zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbrand zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbrand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbranden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verbrand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbrand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbrand zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbranden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van branden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verbranden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verbrand | voltooid deelwoord | verbranden |
| verbrandde | verleden tijd | verbranden |
| verbrandden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verbranden |
| verbrandend | onvoltooid deelwoord | verbranden |
| verbrandende | woordvorm | verbranden |
| verbrandt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verbranden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbranden zijn vastgelegd.