voorhanden
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord /vɔːr.'ɦɑn.də(n)/Betekenis
- beschikbaar, voorradig
Hoe spreek je voorhanden uit?
/vɔrˈhɑndən/
Voorhanden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorhanden (zijnde) | verbogen, stellende trap |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord voorhand
Herkomst
In de betekenis van ‘beschikbaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1560