verbouwing
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bouwkundige wijziging aan een bestaand gebouw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verbouwingen | meervoud |
| verbouwinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verbouwinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van verbouwen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van verbouwing
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verbouwingen | meervoud | verbouwing |
| verbouwinkje | verkleinwoord | verbouwing |
| verbouwinkjes | verkleinwoord meervoud | verbouwing |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbouwing zijn vastgelegd.