watertanden
werkwoord ˈwatərˌtɑndə(n)Betekenis
- met grote trek naar iets (eetbaars) uitzien, het water in de mond krijgen.
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je watertanden uit?
/ˈwatərˌtɑndən/
Watertanden bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van watertanden
watertandenhele werkwoord — watertanddeverleden tijd enkelvoud — watertanddenverleden tijd meervoud — gewatertandvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | watertand | watertandde |
| jij | watertandt | watertandde |
| hij, zij, het | watertandt | watertandde |
| wij | watertanden | watertandden |
| jullie | watertanden | watertandden |
| zij | watertanden | watertandden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gewatertand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewatertand | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewatertand | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewatertand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewatertand worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewatertand zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewatertand worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewatertand zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewatertand | verleden tijd, deelwoord |
| gewatertand te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewatertand zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewatertand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewatertand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewatertand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewatertand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewatertand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewatertand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewatertand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewatertand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewatertand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewatertand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewatertand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewatertand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewatertand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewatertand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewatertand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewatertand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te watertanden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen watertanden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| watertand | gebiedende wijs |
| watertandde | verleden tijd |
| watertande | aanvoegende wijs |
| watertandend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gewatertand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewatertand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewatertand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gewatertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewatertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewatertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewatertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewatertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewatertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewatertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewatertand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewatertand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewatertand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen watertanden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewatertand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult watertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van water ww en tand met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van watertanden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewatertand | voltooid deelwoord | watertanden |
| watertand | gebiedende wijs | watertanden |
| watertandde | verleden tijd | watertanden |
| watertandden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | watertanden |
| watertande | aanvoegende wijs | watertanden |
| watertandend | onvoltooid deelwoord | watertanden |
| watertandende | woordvorm | watertanden |
| watertandt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | watertanden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van watertanden zijn vastgelegd.