klappertanden
werkwoord ˈklɑpərˌtɑndə(n)Betekenis
- zodanig rillen van de kou dat de tanden klapperen
Hoe spreek je klappertanden uit?
/ˈklɑpərˌtɑndən/
Klappertanden bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| t | tak |
| n | nek |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van klappertanden
klappertandenhele werkwoord — klappertanddeverleden tijd enkelvoud — klappertanddenverleden tijd meervoud — geklappertandvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klappertand | klappertandde |
| jij | klappertandt | klappertandde |
| hij, zij, het | klappertandt | klappertandde |
| wij | klappertanden | klappertandden |
| jullie | klappertanden | klappertandden |
| zij | klappertanden | klappertandden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geklappertand | verleden tijd, deelwoord |
| geklappertand te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklappertand zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geklappertand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geklappertand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geklappertand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geklappertand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geklappertand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geklappertand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geklappertand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geklappertand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklappertand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geklappertand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklappertand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geklappertand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geklappertand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklappertand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklappertand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klappertand | gebiedende wijs |
| klappertandde | verleden tijd |
| klappertande | aanvoegende wijs |
| klappertandend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geklappertand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te klappertanden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen klappertanden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geklappertand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklappertand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geklappertand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geklappertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklappertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklappertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geklappertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geklappertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geklappertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geklappertand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geklappertand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geklappertand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geklappertand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen klappertanden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geklappertand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult klappertanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘met de tanden klapperen’ voor het eerst aangetroffen in 1648
Woordfamilie van klappertanden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geklappertand | voltooid deelwoord | klappertanden |
| klappertand | gebiedende wijs | klappertanden |
| klappertandde | verleden tijd | klappertanden |
| klappertandden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | klappertanden |
| klappertande | aanvoegende wijs | klappertanden |
| klappertandt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | klappertanden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klappertanden zijn vastgelegd.