Naar de inhoud

tonen

een bepaalde indruk geven

tonen is meer dan één woord

tonen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /tonə(n)/

Betekenis

  1. een bepaalde indruk geven
  2. laten zien
  3. duidelijk maken
  4. blijken te bezitten
  5. zich ~: zich doen kennen als

Hoe spreek je tonen uit?

/tonən/

Tonen bestaat uit twee lettergrepen.

De tekens in /tonən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
o boot
n nek
ə de

Vervoeging van tonen

tonenhele werkwoord — toondeverleden tijd enkelvoud — toondenverleden tijd meervoud — getoondvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik toon toonde
jij toont toonde
hij, zij, het toont toonde
wij tonen toonden
jullie tonen toonden
zij tonen toonden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben getoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getoond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getoond impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getoond impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getoond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getoond worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getoond zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getoond worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getoond zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getoond verleden tijd, deelwoord
getoond te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getoond te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getoond te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getoond te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getoond te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getoond worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getoond zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getoond zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getoond zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getoond zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getoond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is getoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getoond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tonen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tonen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tone aanvoegende wijs
tone zich aanvoegende wijs
tonen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
tonen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
tonen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
tonend onvoltooid, deelwoord
toon gebiedende wijs
toon me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
toon u/je , toont je gebiedende wijs
toonde verleden tijd
toonde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
toonde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
toonde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
toonde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
toonde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
toonde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
toonde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
toonden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
toonden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
toonden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
toont je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
toont u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
toont u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
toont zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
toont zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
toont zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart getoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getoond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getoond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getoond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal getoond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getoond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getoond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getoond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me tonen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal tonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich tonen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je tonen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich getoond hebben verleden tijd
zich tonend onvoltooid, deelwoord
zijn getoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getoond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getoond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getoond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou getoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getoond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getoond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getoond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getoond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getoond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getoond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getoond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getoond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getoond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getoond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getoond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getoond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getoond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getoond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getoond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord toon

Herkomst

In de betekenis van ‘laten zien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van tonen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getoond voltooid deelwoord tonen
tone aanvoegende wijs tonen
tonend onvoltooid deelwoord tonen
tonende woordvorm tonen
toonde verleden tijd tonen
toonden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tonen
toont aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tonen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tonen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over tonen

Hoe spreek je tonen uit?
De uitspraak van tonen is: /tonə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent tonen?
Tonen is een werkwoord. Het woord betekent: een bepaalde indruk geven. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je tonen?
Je vervoegt tonen als volgt: de tegenwoordige tijd is toon, de verleden tijd is toonde en het voltooid deelwoord is getoond. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tonen is 6 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. N 1
  6. 6 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tonen levert met Wordfeud minimaal 6 en maximaal 30 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. N 1
  6. 6 zonder bonus
  7. 30 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tonen telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

tonen in het kort

tonen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van tonen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tonen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tonen: een bepaalde indruk geven
Deel tonen — standaardnederlands.nl