toonzaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- showroom, toonkamer
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toonzaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toonzaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| toonzalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van toon ww en zaal
Woordfamilie van toonzaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toonzaaltje | verkleinwoord | toonzaal |
| toonzaaltjes | verkleinwoord meervoud | toonzaal |
| toonzalen | meervoud | toonzaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toonzaal zijn vastgelegd.