Naar de inhoud

uitwijzen

na een juridisch proces naar een ander land sturen

uitwijzen

werkwoord

Betekenis

  1. na een juridisch proces naar een ander land sturen
  2. de waarheid aan het licht brengen

Vervoeging van uitwijzen

uitwijzenhele werkwoord — wees uitverleden tijd enkelvoud — wezen uitverleden tijd meervoud — uitgewezenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wijs uit wees uit
jij wijst uit wees uit
hij, zij, het wijst uit wees uit
wij wijzen uit wezen uit
jullie wijzen uit wezen uit
zij wijzen uit wezen uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgewezen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgewezen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgewezen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgewezen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgewezen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgewezen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgewezen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgewezen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgewezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgewezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitwijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te wijzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen wijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal wijzen bijzin, toekomende tijd
uit zou wijzen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden wijzen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt wijzen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen wijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen wijzen bijzin, toekomende tijd
uit zult wijzen bijzin, toekomende tijd
uitgewezen verleden tijd, deelwoord
uitgewezen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgewezen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgewezen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewezen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewezen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewezen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgewezen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgewezen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgewezen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgewezen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitwees bijzin, verleden tijd
uitwezen bijzin, verleden tijd
uitwijs bijzin, tegenwoordige tijd
uitwijst bijzin, tegenwoordige tijd
uitwijzend onvoltooid, deelwoord
waart uitgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
wees uit verleden tijd
werd uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wijs uit gebiedende wijs
word uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgewezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitwijzen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitwijzen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitwijzen uit zou(dt) wijzen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitwijzen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitwijzen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgewezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgewezen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgewezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitwijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitwijzen bijzin, toekomende tijd
zult uitgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en wijzen ww

Woordfamilie van uitwijzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitgewezen voltooid deelwoord uitwijzen
uitwees subordinate-clause, verleden tijd uitwijzen
uitwezen subordinate-clause, verleden tijd uitwijzen
uitwijs subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitwijzen
uitwijst subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitwijzen
uitwijze with-subordinate-clause uitwijzen
uitwijzend onvoltooid deelwoord uitwijzen
uitwijzende woordvorm uitwijzen
wees uit verleden tijd uitwijzen
wezen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitwijzen
wijs uit gebiedende wijs uitwijzen
wijst uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitwijzen
wijze uit woordvorm uitwijzen
wijzen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitwijzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitwijzen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitwijzen

Wat is de betekenis van uitwijzen?
Uitwijzen is een werkwoord. De betekenis is: na een juridisch proces naar een ander land sturen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitwijzen?
Zo vervoeg je uitwijzen zo: het voltooid deelwoord is uitgewezen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitwijzen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. W 5
  5. I 1
  6. J 4
  7. Z 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitwijzen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. W 5
  5. I 2
  6. J 4
  7. Z 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 24 zonder bonus
  11. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitwijzen in het kort

uitwijzen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitwijzen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitwijzen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitwijzen: na een juridisch proces naar een ander land sturen
Deel uitwijzen — standaardnederlands.nl