Naar de inhoud

vertonen

laten zien

vertonen is meer dan één woord

vertonen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. laten zien
  2. lijken op iets

Vervoeging van vertonen

vertonenhele werkwoord — vertoondeverleden tijd enkelvoud — vertoondenverleden tijd meervoud — vertoondvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vertoon vertoonde
jij vertoont vertoonde
hij, zij, het vertoont vertoonde
wij vertonen vertoonden
jullie vertonen vertoonden
zij vertonen vertoonden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vertoond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vertoond impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vertoond impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vertoond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vertoond worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vertoond zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vertoond worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vertoond zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vertoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vertoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vertoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vertoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vertoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vertoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vertoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vertoond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vertoond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vertonen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vertonen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertone aanvoegende wijs
vertone zich aanvoegende wijs
vertonen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vertonen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vertonen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vertonend onvoltooid, deelwoord
vertoon gebiedende wijs
vertoon me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vertoon u/je , vertoont je gebiedende wijs
vertoond verleden tijd, deelwoord
vertoond te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vertoond te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vertoond te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertoond te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertoond te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertoond worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vertoond zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vertoond zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertoond zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertoond zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertoonde verleden tijd
vertoonde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vertoonde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
vertoonde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
vertoonde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vertoonde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
vertoonde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
vertoonde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vertoonden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vertoonden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
vertoonden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
vertoont je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vertoont u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vertoont u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vertoont zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vertoont zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vertoont zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart vertoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vertoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vertoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vertoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vertoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vertoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vertoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vertoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vertoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vertoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vertoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vertoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vertoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vertoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vertoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vertoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vertoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vertoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vertoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vertoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me vertonen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal vertonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vertonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vertonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vertoond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertoond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vertoond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vertoond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertoond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vertoond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertoond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich vertonen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je vertonen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich vertonend onvoltooid, deelwoord
zich vertoond hebben verleden tijd
zijn vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vertoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vertonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vertonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vertonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vertoond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertoond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertoond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vertoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vertoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertoond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertoond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertoond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vertonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vertonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vertoond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vertoond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vertoond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vertoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vertoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertoond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vertoond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vertoond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vertonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vertoond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vertoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vertoond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je vertonen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons vertonen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen vertonen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vertonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vertoon

Herkomst

Afgeleid van tonen met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van vertonen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vertone aanvoegende wijs vertonen
vertonend onvoltooid deelwoord vertonen
vertonende woordvorm vertonen
vertoond voltooid deelwoord vertonen
vertoonde verleden tijd vertonen
vertoonden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vertonen
vertoont aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vertonen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertonen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vertonen

Wat betekent vertonen?
Vertonen is een werkwoord. Het woord betekent: laten zien. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vertonen?
Je vervoegt vertonen als volgt: de tegenwoordige tijd is vertoon, de verleden tijd is vertoonde en het voltooid deelwoord is vertoond. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vertonen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vertonen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vertonen in het kort

vertonen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vertonen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vertonen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vertonen: laten zien
Deel vertonen — standaardnederlands.nl