toeteren
werkwoord ˈtutərə(n)Betekenis
- claxonneren, waarschuwen door middel van een geluidssignaal
Hoe spreek je toeteren uit?
/ˈtutərən/
Toeteren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- waarschuwen of de aandacht trekken door middel van harde geluidssignalen unergative
- achter elkaar veel alcohol drinken informal, unergative
Vervoeging van toeteren
toeterenhele werkwoord — toeterdeverleden tijd enkelvoud — toeterdenverleden tijd meervoud — getoeterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | toeter | toeterde |
| jij | toetert | toeterde |
| hij, zij, het | toetert | toeterde |
| wij | toeteren | toeterden |
| jullie | toeteren | toeterden |
| zij | toeteren | toeterden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getoeterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getoeterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getoeterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getoeterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getoeterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getoeterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getoeterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getoeterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getoeterd | verleden tijd, deelwoord |
| getoeterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getoeterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getoeterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getoeterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getoeterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getoeterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getoeterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getoeterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getoeterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getoeterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getoeterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getoeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getoeterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getoeterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getoeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getoeterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getoeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getoeterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getoeterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te toeteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toeteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toeter | gebiedende wijs |
| toeterde | verleden tijd |
| toetere | aanvoegende wijs |
| toeterend | onvoltooid, deelwoord |
| waart getoeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getoeterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getoeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getoeterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getoeterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getoeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getoeterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getoeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getoeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getoeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getoeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getoeterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getoeterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getoeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getoeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getoeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getoeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getoeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getoeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getoeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getoeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getoeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getoeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getoeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getoeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getoeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getoeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getoeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getoeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getoeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getoeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getoeterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getoeterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getoeterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toeteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getoeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getoeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getoeterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult toeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
[1] frequentatief gevormd uit van toeten ww met het achtervoegsel -er of afgeleid van toeter zn "hoorn (5)" met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van toeteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getoeterd | voltooid deelwoord | toeteren |
| getoeterde | woordvorm | toeteren |
| toeterde | verleden tijd | toeteren |
| toeterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toeteren |
| toetere | aanvoegende wijs | toeteren |
| toetert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toeteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeteren zijn vastgelegd.